Trump voert 15 procent invoerrechten in na vernietigend vonnis van het Hooggerechtshof over eerdere heffingen
Bewerkt door: Tatyana Hurynovich
Op vrijdag 20 februari 2026 leed de regering van president Donald Trump een aanzienlijke juridische nederlaag toen het Amerikaanse Hooggerechtshof met een 6-3 meerderheid een streep zette door de omvangrijke handelstarieven. Deze heffingen waren gebaseerd op de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) uit 1977. Opperrechter John Roberts verduidelijkte in de uitspraak dat de tekst van de IEEPA nergens expliciet melding maakt van tarieven. Hij benadrukte dat geen enkele eerdere president de wet op deze wijze had geïnterpreteerd en stelde vast dat de uitvoerende macht niet de bevoegdheid heeft om zelfstandig invoerrechten of belastingen op te leggen. Volgens Artikel I van de Amerikaanse Grondwet ligt deze macht exclusief bij het Congres, wat deze uitspraak tot een zware slag maakt voor de economische strategie van de administratie.
De financiële gevolgen van deze uitspraak zijn kolossaal, aangezien importeurs op het moment van het vonnis al meer dan 200 miljard dollar aan nu onrechtmatig verklaarde heffingen hadden afgedragen. President Trump reageerde onmiddellijk op het verdict en noemde de beslissing van het hof "zeer teleurstellend". Om zijn protectionistische agenda voort te zetten, kondigde hij nog diezelfde dag de invoering van nieuwe, tijdelijke tarieven aan. Hierbij werd Sectie 122 van de Trade Act van 1974 als nieuwe juridische basis aangegrepen. Deze specifieke wet staat de president toe om tijdelijke importheffingen in te voeren als reactie op een "groot en ernstig tekort op de betalingsbalans". Op zaterdag 21 februari 2026 werd het tarief voor deze universele heffing vastgesteld op 15%, het wettelijke maximum dat onder deze sectie is toegestaan.
In tegenstelling tot de eerder gebruikte IEEPA kent Sectie 122 strikte beperkingen wat betreft de tijdsduur; dergelijke heffingen mogen maximaal 150 dagen van kracht blijven, tenzij het Congres expliciet stemt voor een verlenging. Deze plotselinge beleidswijziging in Washington D.C. zorgde direct voor een klimaat van grote handelsonzekerheid bij internationale bondgenoten, waaronder het Verenigd Koninkrijk. William Reinsch, verbonden aan het Center for Strategic and International Studies (CSIS), merkte op dat de rechterlijke uitspraak de president berooft van de mogelijkheid om met een "grote stok" te zwaaien op het wereldtoneel. Wendy Cutler van het Asia Society Policy Institute voegde daaraan toe dat het overstappen naar Sectie 122 betekent dat de president een instrument verliest waarmee hij voorheen "altijd, overal en om welke reden dan ook" kon optreden.
Het ministerie van Financiën, onder leiding van minister Scott Bessent, liet weten dat het gebruik van Sectie 122 in combinatie met andere bevoegdheden de douane-inkomsten voor het jaar 2026 naar verwachting "vrijwel ongewijzigd" zal laten. Parallel aan de nieuwe maatregelen werd een presidentieel besluit uitgevaardigd om de oude IEEPA-tarieven officieel in te trekken. Tegelijkertijd kondigde de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger (USTR) de start aan van nieuwe onderzoeken op basis van Sectie 301 van de Trade Act van 1974, wat de basis moet leggen voor meer structurele maatregelen op de lange termijn. Ondertussen blijft de kwestie rond de terugbetaling van de reeds betaalde 200 miljard dollar een heet hangijzer. Rechter Kavanaugh waarschuwde in een afwijkende mening dat de juridische afwikkeling van deze claims zou kunnen ontaarden in een grote chaos.
Ondanks de nieuwe juridische realiteit blijven andere handelsmaatregelen, zoals de tarieven op staal en aluminium onder Sectie 232 van de Trade Expansion Act van 1962 en de specifieke heffingen op Chinese goederen onder Sectie 301, gewoon van kracht. Voor het Verenigd Koninkrijk is de situatie precair; de Britse regering onder leiding van premier Sir Keir Starmer verklaarde dat zij rekent op het behoud van hun "geprivilegieerde handelspositie" met de Verenigde Staten. Dit ondanks de nieuwe onzekerheid die is ontstaan door het universele tarief van 15% onder Sectie 122. Deze verschuiving in het juridische landschap werpt opnieuw fundamentele vragen op over de reikwijdte van de presidentiële macht binnen het Amerikaanse handelsbeleid.
5 Weergaven
Bronnen
Reuters
Daily Mail Online
Washington Post
Chatham House
SCOTUSblog
IFES - The International Foundation for Electoral Systems
CBC News
PBS News
MS NOW
Wikipedia
GOV.UK
Chatham House
SCOTUSblog
The Guardian
Prototyping Politics
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
