Regering-Lecornu overleeft moties van wantrouwen na inzet Grondwetsartikel 49.3 voor begroting 2026
Bewerkt door: Tatyana Hurynovich
Op 20 januari 2026 heeft de Franse minderheidsregering, onder leiding van premier Sébastien Lecornu, een controversieel constitutioneel instrument ingezet om de inkomstenzijde van de staatsbegroting voor 2026 goed te keuren. Door gebruik te maken van Artikel 49.3 van de Grondwet forceerde het kabinet de doorgang van de financiële plannen, nadat maandenlange parlementaire impasses en een gebrek aan consensus eind 2025 het land zonder goedgekeurd budget hadden gelaten. Sinds het begin van het jaar was de overheid genoodzaakt terug te vallen op een tijdelijke noodwet, gebaseerd op de fiscale parameters van 2025, om de meest kritieke publieke uitgaven te kunnen dekken.
Hoewel premier Lecornu eerder de belofte had gedaan dit specifieke machtsmiddel te vermijden, rechtvaardigde hij de beslissing nu als een noodzakelijke stap om financiële chaos te voorkomen. Hij wees daarbij met een beschuldigende vinger naar de oppositie, die hij betichtte van doelbewuste obstructie. Het activeren van Artikel 49.3 stelt de regering in staat een wet aan te nemen zonder stemming in de Nationale Vergadering, maar opent tegelijkertijd de deur voor moties van wantrouwen. De oppositie liet deze kans niet onbenut: er werden twee resoluties ingediend, één door het rechts-nationalistische Rassemblement National onder leiding van Marine Le Pen, en een tweede door een brede linkse coalitie bestaande uit de Groenen, de Communisten en andere linkse krachten.
De cruciale stemming over deze moties vond plaats op 23 januari 2026 in de Nationale Vergadering. De resolutie van de linkse krachten wist de steun van 269 afgevaardigden te vergaren, wat uiteindelijk 19 stemmen te weinig was om de vereiste absolute meerderheid van 288 stemmen te behalen en het kabinet ten val te brengen. De motie van de rechterflank kreeg 142 stemmen achter zich. Hierdoor bleef de regering-Lecornu, die opereert onder het presidentschap van Emmanuel Macron, stevig in het zadel zitten ondanks de felle politieke weerstand.
Het politieke overleven van het kabinet was grotendeels te danken aan de strategische opstelling van de Socialistische Partij (PS), die weigerde zich aan te sluiten bij de stemming tegen de regering. Partijleider Olivier Faure bevestigde dat aan hun specifieke eisen was voldaan na intensieve onderhandelingen in de voorgaande week. De regering deed belangrijke handreikingen, waaronder de belofte om studentenmaaltijden voor één euro te garanderen en de investeringen in sociale woningbouw aanzienlijk te verhogen. Dit markeerde alweer de zesde poging om het kabinet-Lecornu weg te sturen sinds de aanstelling ervan na de regeringswissel in oktober 2025.
Ondanks de politieke overwinning blijft de fiscale context in Frankrijk uiterst precair. Minister van Begroting Amélie de Montchalin heeft eerder de doelstelling geformuleerd om het begrotingstekort voor 2026 terug te dringen tot onder de vijf procent van het bruto binnenlands product. Hoewel dit een verbetering is, ligt het nog steeds ruim boven de door de Europese Unie vastgestelde limiet van drie procent. Om deze doelstellingen te halen, zijn strikte economische maatregelen gepland, zoals een besparing van twee miljard euro bij overheidsinstellingen en het verlengen van een speciale belasting voor de 300 grootste ondernemingen van het land. Volgens analisten is deze begrotingszekerheid essentieel voor het bedrijfsleven en dient het als een signaal van fiscale discipline richting de Europese partners.
De politieke impasse is echter verre van opgelost. Voor de definitieve goedkeuring van het resterende deel van de begroting, dat betrekking heeft op de staatsuitgaven, zal de regering waarschijnlijk opnieuw Artikel 49.3 moeten inzetten. Het kantoor van Lecornu heeft aangegeven het gehele proces voor 30 januari 2026 te willen afronden. Ondertussen beschuldigde Marine Le Pen de regering van verraad aan de kiezer, terwijl de hele procedure de structurele kwetsbaarheid van de centristische meerderheid in het parlement blootlegt. Het voortdurende gebruik van dergelijke constitutionele noodgrepen zal de politieke agenda in februari 2026 blijven domineren, wanneer er nieuwe debatten over de resterende hoofdstukken van de financiële wetgeving op de planning staan.
5 Weergaven
Bronnen
Deutsche Welle
taz.de
Watson
DIE ZEIT
Deutschlandfunk
Konrad-Adenauer-Stiftung
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
