Wetenschappers van het invloedrijke Roslin Institute van de Universiteit van Edinburgh hebben een significante stap gezet in de veehouderij door varkens te creëren die immuun zijn voor de verwoestende klassieke varkenspest (KVP). Dit onderzoek benadrukt de transformerende kracht van geavanceerde genbewerkingstechnieken voor het waarborgen van de gezondheid van vee en het bevorderen van duurzame landbouwmethoden. Het team heeft met precisie een cruciaal eiwit gemodificeerd dat essentieel is voor de vermenigvuldiging van het KVP-virus.
De KVP vormt een constante dreiging voor de wereldwijde varkenspopulaties, met name in uitgestrekte regio's van Azië en Latijns-Amerika, waar economische verliezen aanzienlijk kunnen zijn. In proeven bleek dat onbewerkte varkens die aan het virus werden blootgesteld, ziek werden, terwijl de genetisch aangepaste dieren een volledige afweer vertoonden zonder enige negatieve gezondheidseffecten. Dit resultaat biedt een krachtig nieuw instrument voor ziektepreventie, wat de noodzaak voor kostbare vaccinatiecampagnes en de ingrijpende maatregel van ruiming potentieel kan verminderen.
De klassieke varkenspest, een zeer besmettelijke en vaak fatale virusziekte voor varkens en wilde zwijnen, is een wereldwijd probleem. Hoewel deze in de Europese Unie al sinds 1998 niet meer bij gehouden varkens is vastgesteld, blijven er zorgen bestaan. De laatste meldingen in Europa betroffen wilde zwijnen in Letland in 2015. Het virus blijft echter een sluimerende zorg, met regelmatige gevallen in Rusland, delen van Azië, Midden- en Zuid-Amerika, en Zuid-Afrika. De geschiedenis leert dat de gevolgen van een uitbraak enorm zijn; bij de laatste Nederlandse uitbraak in 1997/1998 werd een directe economische schade van meer dan 2 miljard euro berekend, waarbij ruim 11 miljoen varkens moesten worden geruimd.
Deze wetenschappelijke doorbraak, die voortbouwt op het inzicht dat preventie de meest harmonieuze weg is, biedt een pad naar grotere stabiliteit in de voedselvoorziening. De focus op het elimineren van de replicatiecapaciteit van de ziekteverwekker, in plaats van enkel het bestrijden van de uiterlijke symptomen, opent de deur naar een proactieve benadering van diergezondheid. In Nederland wordt de vrijheid van KVP gehandhaafd door nauwgezette monitoring, waarbij bloedonderzoek plaatsvindt op bepaalde bedrijven en bij wilde zwijnen door het testen van monsters verzameld door jagers. Door deze nieuwe genetische weerbaarheid te omarmen, kan de sector een nieuwe fase van veerkracht en zekerheid ingaan, waarbij de focus verschuift van reactie naar vooruitziende bescherming.
