Vaticaanse Archieven Tonen Internationale Status Kroatisch in de 16e en 17e Eeuw

Bewerkt door: Vera Mo

Onderzoek door historicus en Dominicaner pater Dr. Stjepan Krasić, geboren in 1938, heeft documenten in het Vaticaan aan het licht gebracht die duiden op een aanzienlijke internationale status van de Kroatische taal gedurende de zestiende en zeventiende eeuw. Krasić, die zijn opleiding volgde aan de Pauselijke School voor Paleografie, Diplomatiek en Archiefadministratie, baseerde zijn conclusies op zes originele stukken die hij aantrof in de archieven van de Congregatie voor de Evangelisatie der Volkeren, voorheen bekend als de Sacra Congregatio de Propaganda Fide. Deze bevindingen, gepubliceerd in het tijdschrift "ST-OPEN" van de Universiteit van Split, suggereren dat de Katholieke Kerk het Kroatisch als de meest geschikte taal beschouwde voor communicatie met alle Slavische volkeren.

De Congregatie, opgericht door Paus Gregorius XV in 1622 ter bevordering van de wereldwijde verspreiding van het geloof, nam in de 16e eeuw de beslissing om het Kroatisch in te zetten voor interactie met Slavische bevolkingsgroepen. Onderzoek toont aan dat pausen, waaronder Paus Gregorius XIII en Paus Clemens VIII, actief besloten dat het Kroatisch de officiële taal zou zijn voor alle Slavische naties gedurende deze twee eeuwen. Pater Krasić, die ook adviseur is van de Congregatie voor de Proclamatie van Heiligen in het Vaticaan, merkte op dat de taal tevens als diplomatieke taal werd gebruikt aan koningshoven, zoals dat in Constantinopel. Deze kerkelijke autoriteit resulteerde in de opname van de taal in het curriculum van vooraanstaande Europese academische instellingen.

Een cruciaal moment in deze ontwikkeling was de oprichting van de Academie van de Illyrische Taal aan het Collegium Romanum in Rome in 1599, op bevel van het pausdom. Dit instituut, waar jonge geestelijken werden voorbereid voor kerkelijk werk onder de Zuid-Slaven, markeert volgens Krasić de 'geboorte van de Kroatische wetenschappelijke literaire taal'. Bartol Kašić (geboren 1575), die al in 1598 lesgaf aan het Collegium Romanum, kreeg in 1599 de opdracht de eerste grammatica van de Kroatische taal te schrijven. Dit resulteerde in de publicatie van Institutiones linguae Illyricae in 1604 in Rome, de eerste volledige beschrijving van de Kroatische literaire taal, die zowel Tsjakavische als Sjtavische stilering bevatte.

De status van de taal werd verder verankerd toen Paus Urbanus VIII in 1643 een decreet uitvaardigde dat het Kroatisch, gekozen als de algemene taal voor alle Slavische talen, ook buiten Rome bestudeerd moest worden. Als gevolg hiervan werden prestigieuze mondiale universiteiten, waaronder die in Parijs, Oxford en Wenen, verplicht om de taal in hun academische programma's op te nemen gedurende de 17e eeuw. De documenten uit de Vaticaanse archieven, die de periode van de 16e tot de 17e eeuw beslaan, bieden een nieuw perspectief op de culturele en taalkundige invloed van de Kroaten in de vroege moderne tijd. De nalatenschap van Kašić, die in 1650 in Rome stierf, en de acties van de Congregatie tonen aan dat de taal een strategische positie innam in de communicatie met de Slavische wereld gedurende deze eeuwen.

Bronnen

  • Slobodna Dalmacija

  • Slobodna Dalmacija

  • Net.hr

  • 057info

  • Večernji list

  • Hrvatski svjetski kongres

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?

We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.