Wat voedt een zonnestorm? Solar Orbiter geeft ons eindelijk antwoorden op dit langlopende raadsel. De missie heeft kort voor de uitbarsting van een zonnevlam een ‘magnetische lawine’ vastgelegd op het oppervlak van de Zon.
Solar Orbiter Verzamelt Cruciale Data Tijdens Zonneactiviteitspiek Begin 2026
Bewerkt door: Tetiana Martynovska 17
De gezamenlijke ESA/NASA Solar Orbiter-missie verzamelt in januari 2026 essentiële gegevens, precies op het moment dat de zon het hoogtepunt van haar huidige activiteitencyclus bereikt. De Solar Orbiter, gelanceerd in februari 2020, heeft als primair wetenschappelijk mandaat het ontrafelen van de mechanismen waarmee de zon de heliosfeer, de magnetische bubbel die ons zonnestelsel omhult, genereert en beheerst. Door een baan te volgen die de zon dichter nadert dan Mercurius, met een minimale afstand van 42 miljoen kilometer, levert de sonde unieke, hoog-latitudinale observaties die cruciaal zijn voor de zonne- en heliosferische natuurkunde.
De recente operationele fase werd gekenmerkt door een significante verstoring van het ruimte-weer, culminerend in een X-klasse zonnevlam op 18 januari 2026. Deze uitbarsting werd direct gevolgd door een krachtige Coronal Mass Ejection (CME) die op 19 januari 2026 de aarde bereikte, wat resulteerde in een ernstige geomagnetische storm. Het NOAA Space Weather Prediction Center (SWPC) had een waarschuwing voor een G4 (Zeer Zware) geomagnetische storm afgegeven, die rond 19:38 UTC op 19 januari 2026 begon bij de aankomst van de CME-schok. Deze S4-stralingsstorm, die de aarde trof, is een zeldzame gebeurtenis, gemiddeld slechts drie keer per 11-jarige cyclus, en de laatste keer van dit kaliber was in oktober 2003.
De gegevens van de Solar Orbiter zijn van onschatbare waarde gebleken bij het monitoren van dergelijke gebeurtenissen en het versterken van de voorspellingen voor ruimte-weer. Dit wordt onderstreept door de eerdere prestatie waarbij, door de data van Solar Orbiter te combineren met die van NASA's Solar Dynamics Observatory (SDO), een actieve regio, NOAA 13664, 94 ononderbroken dagen werd gevolgd tussen april en juli 2024. Deze ononderbroken observatie stelde onderzoekers in staat de ontwikkeling van de regio te volgen toen deze van de achterkant van de zon naar de aarde-zon-lijn roteerde. De regio NOAA 13664 was verantwoordelijk voor de sterkste geomagnetische stormen sinds 2003, wat de relevantie van deze gecombineerde observatiemethoden aantoont.
De impact van dergelijke gebeurtenissen op kritieke systemen, zoals satellietelektronica, elektriciteitsnetwerken en luchtvaart, is significant. De S4-stralingsstorm van januari 2026 bracht verhoogde stralingsrisico's met zich mee voor astronauten en vluchten op polaire routes, evenals een verhoogd risico voor satellieten en communicatieverlies in de poolgebieden. Hoewel de timing in januari de onmiddellijke economische schade beperkte in vergelijking met een vergelijkbare storm in mei 2024, benadrukt het de kwetsbaarheid van technologie.
De wetenschappelijke gemeenschap zal de nieuwste bevindingen bespreken tijdens de gezamenlijke 10e Solar Orbiter, 18e IRIS en 1e Aditya-workshop, gepland van 16 tot 19 maart 2026 in het Harnack House van de Max-Planck-Gesellschaft in Berlijn, Duitsland. Deze bijeenkomst zal de rol van het magnetische veld in het vormgeven van zonneactiviteit belichten en de vooruitgang bespreken die voortkomt uit de complementaire capaciteiten van deze missies. De Solar Orbiter, die in november 2021 met de routine wetenschappelijke operaties begon, zal in de komende jaren de inclinatie van zijn baan verder verhogen om ongekende beelden van de polen te leveren.
Bronnen
European Space Agency (ESA)
Solar Orbiter Workshop 2026 - MPS - Max-Planck-Gesellschaft
ESA monitoring January 2026 space weather event - European Space Agency
Spacecraft capture the Sun building a massive superstorm - ScienceDaily
Home - SolarNews - American Astronomical Society
Home - Solar Orbiter - ESA - Cosmos
