De Perfecte Friet: De Dubbele Frituurtechniek Ontrafeld

Bewerkt door: Olga Samsonova

De kunst van het bereiden van perfecte frietjes, goudbruin van buiten en zacht van binnen, is een techniek die steeds meer wordt omarmd door zowel chefkoks als thuiskoks. Een sleutel tot dit culinaire succes is de dubbele frituurmethode, een proces dat de textuur en smaak van de aardappel naar een hoger niveau tilt. Deze populaire methode, gedeeld door Joseba Arguiñano, zoon van de bekende chef Karlos Arguiñano, wint gestaag aan aanhang.

De basis van elke goede friet begint bij de aardappelkeuze. Rassen met een matig zetmeelgehalte en een laag vochtgehalte zijn ideaal. Voorbeelden hiervan zijn Birgit, Gala, Solist, Rosara en Granada. In andere bronnen worden ook rassen met een hoog zetmeelgehalte, zoals Bintje, Fontane, Agria, Russet of Idaho, genoemd die ook goed geschikt zijn voor frituren. Deze eigenschappen zorgen voor de gewenste knapperige buitenkant en een luchtige binnenkant na het frituren. De aardappelen worden geschild en in gelijkmatige reepjes van ongeveer 10-13 mm gesneden, de zogenaamde 'Belgische' standaard. Vervolgens worden de reepjes gewassen en geweekt in koud water om overtollig zetmeel te verwijderen, wat bijdraagt aan een krokantere textuur en voorkomt dat de frietjes aan elkaar plakken. Na het weken is grondig drogen essentieel, aangezien water en hete olie geen goede combinatie vormen.

De dubbele frituurmethode bestaat uit twee distincte stappen. De eerste frituur, ook wel 'pocheren' genoemd, vindt plaats in olie op een gematigde temperatuur van rond de 160°C. Tijdens deze fase worden de aardappelen gaar en zacht, maar blijven ze bleek en zonder kleur. Het doel is om de binnenkant te garen zonder dat de buitenkant te bruin wordt. Na deze eerste ronde worden de frietjes uit de olie gehaald en kort laten uitlekken. Sommige experts adviseren zelfs om ze na de eerste frituur kort te laten afkoelen, eventueel in de koelkast, om het vocht aan de buitenkant verder te laten verdampen en zo de krokantheid te verhogen.

Daarna wordt de temperatuur van de olie verhoogd tot ongeveer 180-190°C voor de tweede frituur. Deze hogere temperatuur zorgt ervoor dat de frietjes snel goudbruin en krokant worden aan de buitenkant, terwijl de zachte, gare binnenkant behouden blijft. Deze tweede stap is essentieel voor die kenmerkende, geliefde textuur. Deze techniek, die al sinds het midden van de 19e eeuw in België en Frankrijk populair is, levert een superieure kwaliteit die vergelijkbaar is met die van professionele keukens.

De geschiedenis van friet gaat terug tot de 17e eeuw, met de legende van arme inwoners die aardappelen in visvorm sneden en bakten toen vis schaars was. De keuze van de aardappelsoort en de nauwkeurigheid van de temperaturen zijn van groot belang voor het succes van deze methode. Variaties in bodem en klimaat kunnen de kwaliteit van de frietaardappelen beïnvloeden, wat leidt tot 'goede' en 'slechte' oogstjaren. Zelfs de atmosfeer in bewaarplaatsen van aardappelen kan de kleur van de friet beïnvloeden. Het analyseren van de bakkwaliteit van frietaardappelen is een cruciaal proces voor de industrie, waarbij factoren als kleur en textuur worden beoordeeld. De dubbele frituurtechniek, met zijn precieze stappen en aandacht voor detail, transformeert de eenvoudige aardappel in een culinair genot dat de zintuigen prikkelt en de essentie van perfect bereide friet belichaamt.

Bronnen

  • El Español

  • HogarManía

  • Infobae España

  • ABC

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?

We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.