De 'puppyogen'-blik: de evolutie van de gezichtsspieren bij honden

Bewerkt door: Katerina S.

Honden, al lang trouwe metgezellen van de mens, tonen een opmerkelijk vermogen tot non-verbale communicatie. Ze zetten hun gezichtsuitdrukkingen vaak doelgericht in. Een cruciaal onderdeel van deze interactie is een specifieke gezichtsspier die hen in staat stelt de binnenkant van hun wenkbrauwen op te trekken. Dit creëert de illusie van grotere, meer onschuldige ogen, een uitdrukking die onderzoek aantoont een krachtige, instinctieve reactie van zorgzaamheid en tederheid bij mensen oproept.

Wetenschappers van de Universiteit van Portsmouth en de Universiteit van Duquesne in Pittsburgh hebben de gezichtsspieren van de huishond (Canis familiaris) vergeleken met die van hun wilde voorouders, de wolf (Canis lupus). De bevindingen van dit onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences, onthulden een significant anatomisch verschil tussen de twee soorten. Dit ondanks het feit dat hun genetische scheiding relatief recent plaatsvond, ongeveer 33.000 jaar geleden. Het belangrijkste onderscheid ligt in de spier die bekend staat als de levator anguli oculi medialis (LAOM). Deze spier is verantwoordelijk voor het optrekken van de binnenste wenkbrauw. Bij honden is deze spier significant beter ontwikkeld dan bij wolven, waar deze slechts een kleine vezelophoping vormt of zelfs geheel ontbreekt.

Beweging die de onderzoekers aanduiden als AU101 zorgt ervoor dat de ogen ronder lijken, wat de indruk wekt van verdriet of een jeugdige gelaatsuitdrukking. De wetenschappers vermoeden dat dit fenomeen het resultaat is van onbewuste selectiedruk door de mens. Gedragstests bevestigden het functionele belang van deze spier: honden gebruikten deze veel frequenter en intensiever tijdens interactie met mensen dan wolven. Bovendien werd in asielen opgemerkt dat individuen die een expressievere mimiek vertoonden met actieve wenkbrauwbewegingen, sneller een nieuw baasje vonden. Dit wijst op een duidelijk evolutionair voordeel dat deze specifieke spierkenmerk met zich meebrengt.

Naast de LAOM-spier bezitten de meeste honden, in tegenstelling tot wolven, een meer ontwikkelde retractor anguli oculi lateralis (RAOL)-spier. Deze spier trekt de buitenste ooghoek naar achteren, wat de indruk van een 'ooglach' wekt. Interessant is dat Siberische Husky’s, die tot de oudere rassen behoren en genetisch dichter bij wolven staan, deze RAOL-spier vaak missen. Recenter onderzoek suggereert echter dat hoewel huishonden deze ontwikkelde spieren bezitten, ze deze mogelijk ook gebruiken voor communicatie onderling. Bovendien zijn soortgelijke spieren aangetroffen bij sommige wilde hondachtigen, wat nuance aanbrengt in het idee dat deze evolutie uitsluitend antropocentrisch is.

Kortom, de snelle evolutie van de gezichtsspieren bij honden, gekenmerkt door een dominantie van snel samentrekkende spiervezels die een onmiddellijke verandering van gelaatsuitdrukking mogelijk maken, onderstreept de diepe wederzijdse band die zich de afgelopen millennia tussen mens en hond heeft gevormd. Deze aanpassing illustreert hoe selectieve druk, gebaseerd op emotionele respons, binnen relatief korte evolutionaire tijdsbestekken tot ingrijpende anatomische veranderingen kan leiden. Het is een prachtig voorbeeld van co-evolutie in actie.

Bronnen

  • Aol

  • DogTime

  • DogTime

  • WHIO TV

  • PetGuide

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?

We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.