De impact van AI op de Europese arbeidsmarkt: een diepgaande analyse van het rapport van januari 2026

Bewerkt door: Tatyana Hurynovich

Een recente analyse van het Directoraat-Generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie (DG EMPL), gepubliceerd in januari 2026, werpt een helder licht op de ingrijpende structurele verschuivingen binnen de arbeidsmarkt van de Europese Unie. Op basis van statistische gegevens van Eurostat over het jaar 2025 en de daaraan voorafgaande perioden, wordt geconstateerd dat kunstmatige intelligentie (AI) een nieuwe automatiseringsgolf heeft ontketend. Deze fase richt zich voornamelijk op routinematige cognitieve taken en administratieve functies, de zogenaamde 'white-collar' posities. Deze ontwikkeling markeert een aanzienlijke versnelling van trends die al zichtbaar werden na de brede opkomst van generatieve AI in 2022.

De cijfers onderstrepen de groeiende invloed van deze technologie: in 2025 had 20,00% van alle EU-ondernemingen met meer dan 10 werknemers AI in hun bedrijfsvoering geïntegreerd, een forse stijging ten opzichte van de 13,5% in 2024. Desondanks blijft er een opvallende kloof bestaan in de adoptiegraad tussen verschillende bedrijfsgroottes. Terwijl het gebruik van AI bij grote ondernemingen opliep tot 55,03%, bleef dit bij kleine bedrijven steken op slechts 17,0%. Deze onbalans tussen het grootbedrijf en de kleinere ondernemingen wijst op een potentieel risico voor toenemende economische ongelijkheid, indien regelgevende mechanismen niet voor een adequaat antwoord zorgen.

Om deze transformatie in goede banen te leiden, heeft de EU de AI-verordening (AI Act) in het leven geroepen, waarvan de volledige toepassing gepland staat voor augustus 2026. Belangrijke transparantieregels voor AI-systemen voor algemene doeleinden (GPAI) zijn reeds sinds augustus 2025 van kracht, wat aanbieders verplicht om informatie over trainingsgegevens openbaar te maken. De kern van de regelgeving, die betrekking heeft op systemen met een hoog risico, wordt echter pas effectief in augustus 2026. Dit legt strikte verplichtingen op aan organisaties wat betreft toezicht en monitoring van hun technologische toepassingen.

Uit de analyse blijkt verder dat de groei van de werkgelegenheid zich concentreert in niet-routinematige cognitieve beroepen, terwijl er een gestage krimp zichtbaar is in functies die verband houden met routinematig kantoorwerk en administratieve ondersteuning. Dit bevestigt dat de integratie van AI menselijke arbeid niet alleen aanvult, maar in veel gevallen ook vervangt. Dit roept prangende vragen op over de rechtvaardige verdeling van de productiviteitswinsten. Onderzoek, waaronder studies uitgevoerd in Rusland, toont aan dat bedrijven die AI hebben geïmplementeerd hun personeelsbezetting gemiddeld met 0,79 procentpunt zagen dalen in vergelijking met het voorgaande jaar.

Een centrale conclusie van het rapport is dat een eerlijke verdeling van de voordelen van AI onwaarschijnlijk is zonder actief economisch beleid dat verder gaat dan louter actieve arbeidsmarktmaatregelen. Er is een duidelijke roep om een Europees regelgevend kader dat zich richt op de bescherming van startersfuncties, het bevorderen van vaardigheden en het waarborgen van het aandeel van arbeid in het totale inkomen. Op mondiaal niveau voorspelt het World Economic Forum dat de technologische verschuiving door generatieve intelligentie tegen 2030 zal leiden tot het verdwijnen van 92 miljoen banen, terwijl er tegelijkertijd 170 miljoen nieuwe rollen zullen ontstaan.

De relevantie van deze analyse begin 2026 wordt versterkt door signalen van een afkoelende arbeidsmarkt in de EU-lidstaten, waar bedrijven hun wervingsactiviteiten beperken vanwege een vertragende productie en de toenemende adoptie van AI. De context suggereert dat het werkelijke effect van AI — of het nu gaat om vervanging of aanvulling — wordt bepaald door machtsverhoudingen en prikkels op het niveau van individuele ondernemingen. Historisch gezien is dit niet de eerste technologische revolutie, maar de versnelling sinds 2022 dwingt tot een herziening van fiscale modellen die traditioneel afhankelijk zijn van inkomsten uit arbeid.

De structurele veranderingen zorgen ervoor dat vooral junior specialisten het risico lopen dat hun taken worden gedelegeerd aan neurale netwerken, wat een heroverweging van carrièrepaden noodzakelijk maakt. Gegevens van LinkedIn uit januari 2026 laten zien dat 47% van de Europeanen overweegt van baan te veranderen, hoewel 77% van hen zich onzeker voelt over deze stap. Hierdoor is grootschalige omscholing en bijscholing cruciaal geworden om de concurrentiepositie van de beroepsbevolking in dit nieuwe technologische tijdperk te behouden.

9 Weergaven

Bronnen

  • European Economic and Social Committee

  • European Policy Centre

  • Eurostat

  • UNICEF

  • Digital Watch Observatory

  • EESC

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.