De robotische drijvende sonde Argo heeft ongekende 8 maanden data verzameld onder de Denman- en Shackleton-ijsplaten in Oost-Antarctica.
Autonome Argo-vlotter levert baanbrekende data onder de Denman- en Shackleton-gletsjers
Bewerkt door: Uliana S.
Begin december 2025 was een mijlpaal voor oceanografisch onderzoek: de autonome, drijvende Argo-vlotter, gelanceerd door onderzoekers van de Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO), zond voor het eerst transsectgegevens uit die rechtstreeks onder de ijskappen van Denman en Shackleton in Oost-Antarctica waren verzameld. Dit robotachtige instrument bewees zijn robuustheid door tweeënhalf jaar autonoom te functioneren. Gedurende deze periode registreerde het ongeveer 200 profielen van temperatuur en zoutgehalte, gemeten vanaf de zeebodem tot aan de basis van de ijskap. Opmerkelijk is dat de vlotter acht maanden lang volledig onder het ijsmassa bleef, zonder enige mogelijkheid tot satellietcommunicatie.
De missie is uniek omdat het directe oceanografische metingen opleverde in gebieden van Oost-Antarctica die voorheen ontoegankelijk waren. Dr. Steve Rintoul van CSIRO benadrukte dat deze observaties cruciaal nieuw inzicht bieden in de kwetsbaarheid van de ijskappen. De data zijn immers verzameld in de watergrenzlaag, direct onder de ijsbasis. Omdat het vaartuig niet kon opstijgen, moesten de onderzoekers de afgelegde route reconstrueren. Dit deden zij door de geregistreerde ijsdikte op contactpunten te correleren met reeds bekende satellietkaarten. Gedurende de gehele operatie legde de robot naar schatting zo’n 300 kilometer onder de gletsjers af.
De analyse van de verzamelde gegevens toonde een scherp contrast tussen de twee gletsjersystemen. De Shackleton-ijskap, gelegen tussen 95 en 105 graden oosterlengte, vertoonde een relatieve stabiliteit. Warm water dat smeltprocessen zou kunnen versnellen, dringt momenteel niet door tot onder de basis van deze ijsmassa. Deze gletsjer, ontdekt in 1840 door de expeditie van Charles Wilkes, beslaat een oppervlakte van circa 37.400 vierkante kilometer.
Tegelijkertijd bevestigden de metingen de vrees rondom de Denman-gletsjer, die blootgesteld wordt aan warmere watermassa’s. De Denman-gletsjer, voor het eerst waargenomen in november 1912 door de expeditie van Sir Douglas Mawson, baart grote zorgen. Het volledige smelten ervan zou namelijk kunnen leiden tot een wereldwijde zeespiegelstijging van wel 1,5 meter. Eerder onderzoek, zoals het BedMachine Antarctica-project van de Universiteit van Californië, Irvine, had al een kloof van 3500 meter onder zeeniveau onder deze gletsjer blootgelegd, wat wijst op inherente instabiliteit.
Deze bevindingen verrijken ons wetenschappelijk begrip van de dynamiek tussen oceaan en ijs in deze vitale regio aanzienlijk. Hoewel de vlotter oorspronkelijk was ontworpen voor onderzoek naar de Totten-gletsjer, benadrukken de onderzoekers van CSIRO het belang van deze onverwachte data voor het verfijnen van toekomstige zeespiegelvoorspellingen. De missie wordt alom beschouwd als een doorslaand succes, waarmee nieuwe perspectieven worden geopend voor het monitoren van de polaire gebieden.
Bronnen
ZN.UA
CSIRO
Xinhua
Xinhua
Xinhua
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?
We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
