Gematigde cafeïneconsumptie gekoppeld aan lager risico op dementie in grootschalige JAMA-studie

Auteur: Tatyana Hurynovich

Een uitgebreide epidemiologische analyse, die op 9 februari 2026 werd gepubliceerd in het gerenommeerde medische tijdschrift JAMA, heeft een intrigerend verband aangetoond tussen de regelmatige consumptie van cafeïnehoudende dranken en een beschermend effect tegen de ontwikkeling van dementie. Het onderzoek maakte gebruik van een indrukwekkend cohort van 131.821 deelnemers die gedurende een periode van maximaal 43 jaar werden gevolgd. Deze uitzonderlijk lange observatieperiode stelde de wetenschappers in staat om dieetpatronen op de zeer lange termijn te evalueren en de impact daarvan op de cognitieve gezondheid nauwkeurig vast te stellen.

Tijdens de looptijd van de studie documenteerden de onderzoekers in totaal 11.033 gevallen van dementie. De verzamelde data werden onderworpen aan een rigoureuze statistische correctie om rekening te houden met diverse potentieel verstorende factoren. De kernresultaten onthulden dat individuen die dagelijks twee tot drie koppen cafeïnehoudende koffie dronken, een 20% lagere kans hadden op het ontwikkelen van dementie in vergelijking met degenen die deze dranken nauwelijks of helemaal niet consumeerden. Een vergelijkbaar preventief effect werd waargenomen bij theedrinkers; deelnemers die minstens één kop cafeïnehoudende thee per dag nuttigden, vertoonden een risicovermindering van ongeveer 15%.

Het beschermende voordeel dat specifiek aan koffie wordt toegeschreven, bereikte een plateau bij een inname van ongeveer tweeënhalve kop per dag. Boven deze grens werd geen significante verdere versterking van het effect waargenomen. De robuustheid van de studie wordt ondersteund door gegevens uit twee grootschalige cohortprojecten: de Nurses' Health Study (NHS), die al in 1976 van start ging, en de Health Professionals Follow-up Study (HPFS), die in 1986 werd geïnitieerd. Deze bronnen boden een brede en representatieve steekproef, wat de wetenschappelijke waarde van de bevindingen aanzienlijk versterkt.

Hoofdonderzoeker dr. Daniel Wang, een epidemioloog verbonden aan het gezondheidssysteem van Mass General Brigham, lichtte toe dat koffie en thee diverse bioactieve componenten bevatten, waaronder polyfenolen en cafeïne. Deze stoffen kunnen een neuroprotectieve werking uitoefenen door onder meer neuro-inflammatie te verminderen en de vasculaire functies in de hersenen te verbeteren. Een opmerkelijke bevinding was dat dit beschermende verband ook standhield binnen de subgroep van vrouwen ouder dan 70 jaar. In deze groep correleerde een hogere cafeïne-inname met een vertraging van de cognitieve achteruitgang van gemiddeld zeven maanden.

Interessant is dat de analyse geen vergelijkbaar beschermend effect kon aantonen voor cafeïnevrije koffie, wat er sterk op wijst dat cafeïne de primaire actieve component is in dit proces. Dr. Aladdin Shadyab van de Universiteit van Californië in San Diego karakteriseerde het onderzoek als grootschalig en methodologisch uiterst rigoureus. Desondanks riep dr. Fang Fang Zhang van de Tufts University op tot enige nuance; zij waarschuwde dat de toevoeging van extra ingrediënten zoals melk of suiker aan de dranken de potentiële gezondheidsvoordelen mogelijk weer teniet kan doen.

De auteurs van de publicatie benadrukken tot slot dat de resultaten een associatie weerspiegelen en niet direct een oorzakelijk verband bewijzen. De consumptie van koffie en thee moet worden beschouwd als een aanvulling op, en zeker niet als een vervanging voor, fundamentele preventiestrategieën. Een gezonde levensstijl, gekenmerkt door regelmatige fysieke activiteit en een uitgebalanceerd voedingspatroon, blijft essentieel voor het behoud van de cognitieve functies op hogere leeftijd.

3 Weergaven
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.