Wereldboekendag valt samen met de Wereldwijde Dag van het Auteursrecht, en deze datum markeert momenteel een van de meest complexe periodes in de geschiedenis. Kunstmatige intelligentie is in staat om teksten te schrijven, beelden te creëren en de stijl van een auteur te imiteren, waardoor de kernvraag verschuift: wie is tegenwoordig de auteur en hoe wordt creativiteit beschermd?
Wie wordt volgens de wet als auteur beschouwd?
Jurist Marek Oleksin, partner bij advocatenkantoor SK&S, herinnert ons eraan: "Vanuit juridisch oogpunt moet een werk het resultaat zijn van menselijk denken." Dit betekent dat inhoud die uitsluitend door kunstmatige intelligentie is gegenereerd, formeel niet voldoet aan de basisvoorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming, aangezien er geen sprake is van menselijk auteurschap.
De grens tussen de maker en het hulpmiddel wordt echter steeds vager. Wanneer een persoon AI gebruikt als assistent bij het redigeren van teksten, het genereren van ideeën of zelfs het deels schrijven van hoofdstukken, is de wetgeving er nog niet in geslaagd om duidelijk vast te leggen waar die grens precies ligt.
Hoe de wet probeert de technologische ontwikkelingen bij te benen
Experts merken op dat het huidige auteursrecht in diverse landen de realiteit eerder achterna rent dan deze volledig te doorgronden. Men overweegt om het concept van door AI gegenereerde werken in de wet op te nemen, maar vooralsnog bevindt dit idee zich nog in de discussiefase.
In de praktijk kampen werkgevers en rechthebbenden wereldwijd met hetzelfde vraagstuk: hoe moeten rechten worden vastgelegd voor creaties die met generatieve modellen zijn gemaakt, maar nog niet binnen de vertrouwde definities passen. Vaak is het de rechtspraak die deze situatie probeert te vangen, zoals in de VS en Europa, waar de eerste uitspraken over geschillen rondom AI-gegenereerde content al worden gedaan.
AI-content en de risico's voor bestaande rechten
De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie verandert de schaal van creatie en brengt nieuwe risico's met zich mee. Generatieve systemen zijn in staat enorme hoeveelheden bestaande werken te verwerken, wat in de praktijk de kans op onrechtmatig gebruik van auteursrechtelijk materiaal vergroot.
Wanneer een tekst in enkele seconden kan worden gemaakt en de stijl van een schrijver door een algoritme kan worden gereproduceerd, wordt het steeds lastiger om te bepalen wat precies de nieuwe creatieve bijdrage van de mens is en wat simpelweg is overgenomen of herverpakt. Soortgelijke dilemma's doen zich voor op andere gebieden, zoals bij de bescherming van uitvindingen en octrooien, waar eveneens wordt gedebatteerd of AI-resultaten als intellectueel eigendom kunnen worden beschouwd.
De toekomst van het boek als auteursrechtelijk object
De manier waarop content wordt gecreëerd verandert: een deel van de teksten en illustraties wordt nu automatisch gegenereerd, terwijl een ander deel door mensen wordt nabewerkt. Omdat de wetgeving het tempo van de technologische veranderingen nog niet volledig bijhoudt, wordt de rol van rechtbanken en specifieke juridische akten steeds prominenter.
Niettemin blijft de vraag wie de auteur is en hoe creativiteit moet worden beschermd de kern van de zaak. In het tijdperk van kunstmatige intelligentie blijven uitgevers, schrijvers en het publiek zoeken naar heldere criteria die het instrument van de maker scheiden en waarmee het boek de status van zelfstandig auteursrechtelijk object kan behouden.




