Туманность Кошачий Глаз (NGC 6543) — один из самых сложных с визуальной точки зрения остатков умирающей звезды. На снимке, сделанном ЕКА и «Хаббл», запечатлен один объект двумя обсерваториями.
De ruimtetelescopen Hubble, een gezamenlijk project van NASA en ESA, en Euclid van de ESA hebben hun technologische krachten gebundeld om een verbluffend nieuw beeld te genereren van de planetaire nevel NGC 6543, in de volksmond bekend als de Kattenoognevel. Deze bijzondere samenwerking werd gepresenteerd als de "ESA/Hubble Foto van de Maand" voor maart 2026. De publicatie onderstreept de krachtige synergie tussen wetenschappelijke instrumenten die elk zijn ontworpen voor specifieke, uiteenlopende observatiedoelen, waardoor een completer beeld van de kosmos ontstaat dan met één telescoop mogelijk zou zijn.
Gelegen in het noordelijke sterrenbeeld Draak, vertoont deze nevel een gelaagde en uiterst complexe geometrie die astronomen al meer dan honderd jaar voor raadsels stelt. Recente gegevens van de Gaia-missie van ESA hebben de afstand tot NGC 6543 nauwkeuriger vastgesteld op een bereik van 4300 tot 4400 lichtjaar van onze planeet. Deze nieuwe data corrigeren eerdere schattingen die gebaseerd waren op de hoekuitzetting van de nevel, waarbij men uitging van een afstand van ongeveer 3300 lichtjaar. Planetaire nevels zoals deze ontstaan wanneer sterren in de laatste fasen van hun leven hun buitenste gaslagen afstoten. Het is historisch relevant dat de Kattenoognevel in 1864 de eerste planetaire nevel was die via spectrale analyse werd onderzocht, waarbij werd aangetoond dat de gloed afkomstig is van heet gas in plaats van onopgeloste sterren.
De Hubble-telescoop richtte zijn scherpe blik op het hart van de nevel met behulp van de Advanced Camera for Surveys (ACS) en de High Resolution Camera (HRC). Deze instrumenten slaagden erin de uitdijende gaskern met een fabelachtige detaillering vast te leggen, waarbij concentrische schillen, krachtige gasstromen en compacte materieklonters zichtbaar werden. Deze structuren zijn het resultaat van complexe schokgolven en interacties binnen de nevel. Voor wetenschappers vormen deze patronen een soort "paleontologisch archief" in de ruimte, waarin de geschiedenis van de episodische massaverliezen van de centrale ster nauwkeurig is opgeslagen voor toekomstig onderzoek.
Terwijl Hubble inzoomde op de details, bood de Euclid-telescoop de broodnodige context met een veel breder gezichtsveld. Euclid is primair ontworpen om de grootschalige structuur van het universum in kaart te brengen, maar bewees hier zijn waarde door de nevel in zowel nabij-infrarood als zichtbaar licht te observeren. De beelden tonen de fijne bogen en filamenten van het centrale gebied, omgeven door een uitgestrekte halo van kleurrijke gasflarden die lang geleden door de ster zijn uitgestoten. Het VIS-instrument van Euclid beschikt over een indrukwekkend gezichtsveld dat ongeveer 2,5 keer de oppervlakte van een volle maan beslaat, wat essentieel is om de interactie tussen de nevel en zijn directe kosmische omgeving te begrijpen.
De integratie van de gedetailleerde kernopnames van Hubble met de weidse panorama's van Euclid stelt astronomen in staat om zowel de lokale astrofysische fenomenen als de verre achtergrondstelsels in één enkel kader te bestuderen. Deze gezamenlijke inspanning van NASA en ESA markeert een fundamentele verschuiving in de moderne astronomische methodologie. Door instrumenten met een hoge resolutie te combineren met groothoekobservaties, ontstaat een multidimensionaal begrip van de processen rondom de dood van sterren. Deze holistische benadering belooft in de nabije toekomst nog veel meer geheimen van het universum te ontsluieren.