Hoe snel breidt ons heelal zich uit? Ongeveer ~73,5 km/s per megaparsec, wat in overeenstemming is met eerdere metingen, maar met grotere nauwkeurigheid.
In april 2026 publiceerde de internationale Hubble Distance Network Collaboration (H0DN) een onderzoek in het tijdschrift 'Astronomy & Astrophysics' dat een ongekende nauwkeurigheid bereikte bij het meten van de uitdijingssnelheid van het lokale universum, waarmee de bestaande 'Hubble-spanning' verder op scherp werd gezet.
De H0DN-collaboratie, voortgekomen uit een workshop bij het International Space Science Institute (ISSI) in Bern in maart 2025, presenteerde een waarde voor de Hubble-constante (H₀) van 73.50 ± 0.81 km/s/Mpc, wat neerkomt op een onzekerheidsmarge van iets meer dan 1%. Dit is tot op heden de meest nauwkeurige directe meting. Dit resultaat staat in schril contrast met theoretische voorspellingen op basis van de kosmische achtergrondstraling (CMB) van het vroege universum, die waarden tussen de 67 en 68 km/s/Mpc laten zien. De discrepantie tussen deze twee datasets bedraagt 5 tot 7 standaarddeviaties, wat statistisch gezien uitsluit dat de spanning verklaard kan worden door een incidentele fout in de lokale metingen.
In plaats van de traditionele 'kosmische afstandsladder', waarbij onzekerheden zich langs één enkel pad kunnen opstapelen, introduceerde H0DN de wiskundige structuur van het Local Distance Network. Dit netwerk combineert talrijke onafhankelijke en overlappende afstandsindicatoren, waaronder Cepheïden, type Ia-supernovae, rode reuzen (TRGB) en masers, waarbij gebruik wordt gemaakt van volledige covariantieweging voor een transparante beoordeling van de interne consistentie van het gehele systeem. Leden van de collaboratie, waaronder John Blakeslee van NSF NOIRLab, benadrukken dat als deze spanning werkelijk bestaat, dit zou kunnen wijzen op nieuwe natuurkunde buiten het standaard kosmologische model (Lambda-CDM).
De openbaarmaking van de analytische code en data biedt een flexibele basis voor toekomstig onderzoek. Astronomen kunnen nieuwe waarnemingen van telescopen van de volgende generatie, zoals het Vera C. Rubin Observatory, integreren om H₀ verder te verfijnen. Wetenschappers, waaronder professor Anupam Bhardwaj van IUCAA die deelnam aan H0DN, merken op dat toekomstige gegevens zullen helpen bepalen of de discrepantie wordt opgelost of juist blijft wijzen op de noodzaak om onze kennis van donkere energie of de wetten van de zwaartekracht op kosmologische schaal te herzien.