Nieuw Selectie-Steekmodel Stelt Spatietijd Voor als Geometrisch Raster met Resolutie van 0,77 Plancklengte

Bewerkt door: Irena I

Op 9 februari 2026 werd een nieuw theoretisch raamwerk, het Selectie-Steekmodel (SSM), geïntroduceerd dat de hypothese stelt dat het vacuüm van de ruimte een geometrisch gestructureerd medium is met een eindige informatietransactiedichtheid. Dit model is ontwikkeld door Raghu Kulkarni, CEO van IDrive Inc. en onafhankelijk onderzoeker. De bevindingen, die een objectieve geometrische eenwording bieden, zijn gedocumenteerd in twee publicaties op de Zenodo-repository. In tegenstelling tot de meer dan 20 vrije parameters die in huidige modellen worden gebruikt, levert het SSM afgeleide waarden voor fundamentele fysische constanten zonder dergelijke parameters.

De kern van de SSM is de suggestie dat kwantuminformatie een wiskundige structuur volgt die lijkt op een kubisch vlakgecentreerd (FCC) rooster, de meest efficiënte pakking in de natuur, in plaats van continu verpakt te zijn. Door de dichtheid van deze informatieve structuur te berekenen, leidt het model een nieuwe fundamentele constante af: de Geometrische Vacuümconstante. Deze constante bedraagt ongeveer 0,77 maal de Plancklengte, wat impliceert dat het universum een specifieke, fijnere resolutie bezit dan wat traditioneel wordt aangenomen met de standaard Plancklengte-aannames, aldus Kulkarni.

Het theoretische werk introduceert tevens een 'Geometrische Resolutielimiet' om het kwantummeteringsprobleem aan te pakken. Dit postulaat verklaart waarom microscopische systemen superposities vertonen terwijl macroscopische objecten dat niet doen. De theorie stelt dat naarmate de massa van een object toeneemt, de bijbehorende golflengte krimpt totdat deze kleiner is dan de 'pixelgrootte' van het vacuüm. Dit dwingt het object tot een klassieke toestand; een drempel die de 'Massa-Decoherentielimiet' wordt genoemd. De berekeningen van Kulkarni plaatsen deze limiet op ongeveer 28 microgram.

Deze voorspelde limiet van 28 microgram vertoont een opmerkelijke convergentie met de voorspelling van het model van Roger Penrose, de 'Gravitationele Objectieve Reductie', die een ineenstorting nabij de Planckmassa (ongeveer 21,7 microgram) suggereert op basis van de kromming van de ruimtetijd. Kulkarni merkte op dat deze overeenkomst significant is, aangezien zijn resultaat is bereikt via pure roostergeometrie, terwijl Penrose zijn afleiding baseerde op de Algemene Relativiteitstheorie. Het SSM wordt gepresenteerd als een kandidaat-theorie voor Kwantumzwaartekracht die de ruimtetijd modelleert als een discreet, chiraal tensornetwerk, waarbij Algemene Relativiteit en Kwantummechanica emergente verschijnselen zijn van een 'stijf' geometrisch vacuüm.

Deze theoretische ontwikkeling vindt plaats in een periode waarin experimentele inspanningen de kwantumzwaartekrachteffecten naderen, zoals onlangs gedocumenteerd in een studie in het tijdschrift Nature over het gebruik van zwevende nanodeeltjes. De overgang van kwantum naar klassiek gedrag staat centraal in discussies op de Workshop over Kwantumzwaartekracht en Kosmologie 2026 in Bologna, die liep van 9 tot 13 februari 2026. Het SSM biedt een kader om spanningen in de kosmologie, zoals de Hubble-spanning, op te lossen zonder onnodige constanten door de ruimtetijd als een discreet, eindig informatiecapaciteit hebbend raster te beschouwen.

7 Weergaven

Bronnen

  • Weekly Voice

  • StreetInsider.com

  • PR Newswire

  • PR Newswire

  • IDrive

  • INFN

  • Wikipedia

  • PR Newswire

  • arXiv

  • Wikipedia

  • ScienceDaily

  • YouTube

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.