Verhevigde Debatten over Simulatiehypothese in 2025: Vopson versus Vazza over Computationele Grenzen
Bewerkt door: Irena I
De wetenschappelijke en filosofische discussie rond de simulatiehypothese, een concept dat mede populair werd door de film *The Matrix* uit 1999, heeft in 2025 een nieuwe intensiteit bereikt. De huidige controverse spitst zich toe op de confrontatie tussen nieuwe, op informatie gebaseerde argumenten en contra-argumenten die wijzen op fundamentele computationele onmogelijkheden. Dit wetenschappelijke debat bouwt voort op probabilistische argumentatie die teruggaat tot Nick Bostrom in 2003, met specifieke aandacht voor ontwikkelingen in 2022, 2023 en begin 2025. Onderzoekers van onder meer de Universiteit van Portsmouth, de Universiteit van Bologna en de Universiteit van Louisville zijn actief betrokken bij dit wereldwijde onderzoek.
Een cruciaal element in het debat is de theorie van natuurkundige Melvin Vopson, die zijn Tweede Wet van de Infodynamica heeft voorgesteld. Dit concept bouwt voort op zijn eerdere werk waarin hij informatie beschouwt als een vijfde aggregatietoestand van materie, met de stelling dat informatie een fysieke massa bezit. Vopson betoogt dat het universum, in tegenstelling tot de tweede wet van de thermodynamica, een ingebouwde optimalisatie en compressie van data vertoont, observeerbaar in zowel biologische systemen als de kosmologie. Hij concludeert dat zwaartekracht mogelijk een emergent effect is van deze informatieoptimalisatie, waardoor zijn werk de simulatiehypothese probeert te transformeren van een puur filosofisch domein naar een wetenschappelijk toetsbaar kader.
Als directe tegenhanger presenteert astrofysicus Franco Vazza een kwantificeerbare uitdaging, gebaseerd op de computationele kosten van een dergelijke simulatie binnen de bekende natuurwetten. Vazza's berekeningen tonen aan dat het simuleren van het waarneembare universum tot de Planck-schaal een energievereiste met zich meebrengt die groter is dan de totale energie die in het universum aanwezig is. Zelfs het simuleren van slechts één planeet als de Aarde tot op dit kleinste meetbare niveau vereist een energie-equivalent van de volledige massaomzetting van een bolvormige sterrenhoop met ongeveer 100.000 sterren. Bovendien zou zelfs met de meest efficiënte theoretische computer, zoals een zwart gat, het miljoenen jaren duren om slechts één seconde van een simulatie van de Aarde te berekenen, wat de hypothese fysiek onmogelijk maakt als de simulatoren vergelijkbare natuurkunde volgen.
Vazza's kritiek, gepubliceerd in 2025 in Frontiers in Physics, stelt dat de simulatiehypothese, met name de 'ancestor simulation' waarbij werelden vergelijkbaar met de onze worden nagebootst, onmogelijk is onder de huidige fysische wetten. Hoewel Vazza's analyse indruk maakt door het gebruik van astrofysische energiebeperkingen en principes zoals de Landauer-limiet, hebben critici zoals Lincoln Cannon opgemerkt dat Vazza mogelijk de mogelijkheden van hypothetische, superintelligente technologieën onderschat. Anderzijds suggereren tegenargumenten, zoals die van Geisst, dat de energiekosten geminimaliseerd kunnen worden door aan te nemen dat de realiteit alleen 'bestaat' waar deze wordt waargenomen. De wetenschappelijke gemeenschap blijft verdeeld: Vopson biedt een theoretisch kader voor een digitale realiteit, terwijl Vazza's berekeningen een harde, op energie gebaseerde barrière opwerpen voor de meest directe interpretaties van de simulatiehypothese.
21 Weergaven
Bronnen
New Scientist
IAI TV
Frontiers in Physics
Popular Mechanics
Lincoln Cannon
MDPI
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?
We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
