Parlement van Kosovo bekrachtigt regering-Kurti en beëindigt langdurige politieke impasse
Bewerkt door: Tatyana Hurynovich
Op woensdag 11 februari 2026 heeft het parlement van de Republiek Kosovo officieel ingestemd met het nieuwe kabinet onder leiding van premier Albin Kurti. Deze historische stemming markeert het definitieve einde van een politieke patstelling die het land meer dan een jaar lang in onzekerheid hield na de vervroegde verkiezingen van 28 december 2025. Kurti, die hiermee aan zijn derde termijn als regeringsleider begint, wist de steun te verkrijgen van 66 afgevaardigden in de 120 zetels tellende Assemblee. De stemming verliep niet zonder slag of stoot; 49 parlementsleden stemden tegen de voorgestelde ministersploeg, terwijl vijf leden zich onthielden van stemming.
De uiteindelijke vorming van de regering werd vlotgetrokken nadat de wetgevers Albulena Haxhiu, de voormalige minister van Justitie, verkozen tot de nieuwe voorzitter van het parlement. Deze verkiezing was een cruciale stap na de maandenlange vertragingen die volgden op de onbesliste verkiezingen van februari 2025. Hoewel de partij van Kurti, Vetëvendosje (Zelfbeschikking), tijdens de verkiezingen van 28 december 2025 een overtuigende overwinning behaalde met 57 zetels en meer dan 51% van de stemmen, liet de officiële bekrachtiging van de resultaten op zich wachten. Dit kwam door de noodzaak van een volledige hertelling van de stemmen, ingegeven door vermoedens van technische onnauwkeurigheden tijdens het telproces.
In zijn beleidstoespraak schemste premier Kurti de belangrijkste koerslijnen voor de komende vier jaar, waarbij hij de focus legde op een robuuste economische groei en een significante verhoging van de defensie-uitgaven. Hij deed de toezegging om gedurende zijn ambtstermijn 1 miljard euro te investeren in de defensiesector. Dit plan omvat onder meer het weer operationeel maken van een munitiefabriek, de verdere uitbouw van de nationale militaire industrie en de productie van eigen gevechtsdrones. Daarnaast bevat de regeringsagenda omvangrijke investeringen in de sector van hernieuwbare energie en waterbeheer, evenals maatregelen om de arbeidsparticipatie van vrouwen te stimuleren en het minimumloon te verhogen in lijn met de economische vooruitgang.
Een van de meest urgente taken voor het kersverse kabinet is de goedkeuring van de uitgestelde begroting voor 2026 en het veiligstellen van internationale leningen en steunpakketten ter waarde van honderden miljoenen euro's, waaronder fondsen uit het EU-groeplan. Tijdens de eerste kabinetszitting werden al diverse financiële overeenkomsten bekrachtigd, waaronder een akkoord met de International Development Association (onderdeel van de Wereldbank) voor een bedrag van 90,3 miljoen euro. Dit akkoord is inmiddels overgedragen aan de Assemblee voor ratificatie, die uiterlijk op 13 februari moet plaatsvinden. De regering keurde ook een ontwerpbegroting voor 2026 goed van circa 4 miljard euro, waarin de invoering van een dertiende maand voor alle ambtenaren en een loonsverhoging van 0,5% per dienstjaar zijn opgenomen.
Op het gebied van buitenlandse zaken blijft de normalisering van de relatie met Servië een topprioriteit. Kurti gaf aan dit proces te willen voortzetten via een "constructieve en creatieve dialoog", waarbij hij benadrukte dat het hier gaat om een bilaterale externe relatie en niet om een interne aangelegenheid. Vooruitgang op dit dossier is essentieel voor de ambities van zowel Kosovo als Servië om toe te treden tot de Europese Unie. Op binnenlands terrein staan hervormingen in de gezondheidszorg en het onderwijs centraal. Tevens staat het parlement voor de dringende opgave om voor 5 maart een nieuwe president te kiezen, aangezien het mandaat van de huidige president, Vjosa Osmani, begin april ten einde loopt.
Het nieuwe kabinet wordt ondersteund door drie vicepremiers, waaronder Fikrim Damka, de leider van de Turkse Democratische Partij van Kosovo (KDTP). Hij zal de rol van derde vicepremier op zich nemen, specifiek belast met minderheidszaken en onderlinge samenwerking. In het kader van het sociaal-economische beleid is er een gefaseerde stijging van het netto minimumloon gepland voor het jaar 2026. In januari zal dit loon worden verhoogd naar 425 euro, waarna het in juli verder zal stijgen naar 500 euro. Deze loonmaatregel zal een directe positieve impact hebben op de levensstandaard van meer dan 131.000 werknemers in het land.
1 Weergaven
Bronnen
Al Jazeera Online
Reuters
The Washington Post
Anadolu Ajansı
Euractiv
AP News
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
