Genetische Componenten Achter Esthetische Rillingen Bevestigd in Grootschalig Onderzoek
Bewerkt door: Katia Cherviakova
Sommige individuen ervaren intense fysieke sensaties, zoals kippenvel of een rilling langs de ruggengraat, bij het beluisteren van sublieme muziek of het lezen van ontroerende poëzie, terwijl anderen nauwelijks een reactie vertonen. Recent onderzoek, gepubliceerd in februari 2026, levert bewijs dat erfelijke aanleg een substantieel aandeel heeft in deze ervaring, die in de wetenschap bekendstaat als 'esthetische rillingen' of de 'telltale tingle'. Dit fenomeen kent een lange geschiedenis van observatie; Charles Darwin beschreef reeds hoe een hymne in de kapel van King's College hem een zodanig intens genot bezorgde dat zijn ruggengraat ervan ging rillen. Schrijver Vladimir Nabokov formaliseerde dit gevoel later als de 'telltale tingle', een noodzakelijke indicator voor het identificeren van ware literaire meesterschap.
Esthetische rillingen zijn wetenschappelijk van belang omdat zij een objectief meetbare fysiologische gebeurtenis koppelen aan een subjectieve emotionele beleving. Eerder werk had reeds aangetoond dat deze rillingen de hersensystemen activeren die geassocieerd worden met beloning en motivatie. De centrale onzekerheid betrof echter de precieze mate van genetische predispositie. Eerder onderzoek met tweelingen, onder andere door Giacomo Bignardi, schatte de erfelijkheid van esthetische rillingen op 0,36, wat een duidelijke genetische basis suggereerde, onafhankelijk van de gedeelde omgeving.
De meest recente doorbraak kwam van het onderzoek van Giacomo Bignardi en zijn team aan het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek (MPI), gepubliceerd in PLOS Genetics. Zij analyseerden data van de grootschalige Nederlandse cohortstudie Lifelines, die genetische informatie van meer dan 15.500 deelnemers bevatte. Door deze omvangrijke dataset te analyseren, stelden de onderzoekers vast dat ongeveer 30 procent van de variatie in het ervaren van esthetische rillingen samenhangt met familiegebonden factoren. Cruciaal is de bevinding dat ongeveer een kwart van deze familiale invloed te herleiden is tot veelvoorkomende genetische varianten (SNPs), wat een significante, zij het niet-determinerende, rol voor de genetica bevestigt.
Opvallend is dat de genetische factoren die iemand gevoeliger maken voor muziek, gecorreleerd blijken te zijn met reacties op zowel poëzie als beeldende kunst. Deze gedeelde genetische invloeden vertonen bovendien een verband met bredere persoonlijkheidskenmerken, zoals de eigenschap 'openheid voor ervaringen' en algemene artistieke betrokkenheid. Desondanks wees de analyse ook op domeinspecificiteit: er zijn genetische effecten die niet gedeeld worden tussen de kunstvormen, wat impliceert dat de biologische mechanismen voor de respons op muziek versus literatuur of visuele kunst deels verschillen. Dit wijst op een complexe interactie tussen universele en specifieke biologische paden die esthetische ervaringen sturen.
Deze resultaten bieden een verfijnd inzicht in de heterogeniteit van zintuiglijke en emotionele responsen op culturele stimuli. Hoewel de genetische aanleg een meetbaar fundament legt, benadrukken de onderzoekers dat factoren als opvoeding, culturele context en individuele levenservaringen ontegenzeggelijk een grote rol spelen in de ontwikkeling van iemands emotionele gevoeligheid voor kunst. Het onderzoek opent de weg naar een dieper begrip van de biologische basis van onze meest intense culturele belevingen, een interesse die in 2026 ook commercieel relevant is, gezien de toenemende focus op 'esthetische waarde' en 'vibe' in merkontwikkeling en de zogenaamde 'Taste Economy'. Eerder onderzoek naar de genetica van de hersenstructuur toont aan dat genetische varianten ook de groeisnelheid van de hersenen en atrofie over de levensloop beïnvloeden, wat de brede implicatie van genetica op menselijke cognitie en ervaring onderstreept. Bovendien toont recent onderzoek van het Salk Instituut aan dat de dynamische 3D-structuur van het genoom de genexpressie reguleert, wat de complexiteit van de biologische basis van menselijke eigenschappen verder illustreert.
4 Weergaven
Bronnen
ResearchGate
PLOS Genetics
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Phillip V. Tobias, alongside his colleague Ronald Clarke, brought to light one of the most intriguing chapters in human evolution with the discovery of "Little Foot," scientifically known as Stw 573. This Australopithecus fossil, unearthed from the depths of Sterkfontein Caves in
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.


