Stedelijke wasberen vertonen vroege tekenen van domesticatie
Bewerkt door: Olga Samsonova
Wetenschappers van de Universiteit van Arkansas in Little Rock hebben ontdekt dat wasbeerpopulaties die in Amerikaanse metropolen leven, beginnende fysieke kenmerken vertonen die doen denken aan het domesticatieproces. Bioloog Rafaela Leš, universitair docent aan de universiteit, heeft de hypothese geopperd dat de constante aanwezigheid in stedelijke omgevingen en de toegang tot menselijk afval de katalysator kunnen zijn voor het in gang zetten van domesticatieprocessen bij deze van nature wilde diersoorten.
Dit fenomeen, bekend als het ‘domesticatiesyndroom’, omvat een reeks morfologische veranderingen. Een cruciaal kenmerk hiervan is de verkorting van het aangezichtsskelet, oftewel de snuit. De onderzoeksgroep onder leiding van Leš analyseerde een omvangrijke dataset van meer dan 19.000 wasbeerfoto’s, aangeleverd door burgers via de iNaturalist-app. Bij vergelijking tussen stedelijke groepen en hun plattelandsgenoten, die minder intensieve menselijke invloed ondervinden, stelden de wetenschappers vast dat de snuiten van stadswasberen gemiddeld 3,56% korter waren.
De bevindingen, gepubliceerd in het peer-reviewed tijdschrift Frontiers in Zoology, wijzen erop dat in het stedelijke ecosysteem de selectiedruk begunstigd wordt door individuen met een moediger gedrag. Dit gedrag is essentieel om toegang te krijgen tot de overvloedige voedselbronnen die door menselijke activiteiten worden aangeboden. Het domesticatiesyndroom, reeds opgemerkt door Charles Darwin, omvat naast een kortere snuit ook kenmerken zoals een kleiner hoofd en hangende oren. De onderzoekers vermoeden dat deze transformaties verband houden met veranderingen in de ontwikkeling van neurale lijstcellen tijdens de embryonale fase.
Volgens Leš zijn een kortere snuit en een verminderde natuurlijke angst voor de mens onderling verbonden adaptieve eigenschappen die het overleven bevorderen in situaties van constante menselijke nabijheid. Er staan vervolgonderzoeken gepland, waarbij morfometrische analyses van daadwerkelijke schedelcollecties en gedetailleerde gedragsvergelijkingen tussen stedelijke en bospopulaties zullen plaatsvinden. Mocht deze theorie standhouden, dan impliceert dit dat de wasberen hun wilde aard aan het verruilen zijn voor een stabiele aanvoer van antropogene hulpbronnen.
De implicaties van dit onderzoek reiken verder dan alleen de wasbeer. Het suggereert dat snelle evolutionaire veranderingen kunnen optreden wanneer een diersoort zich aanpast aan de dynamiek van een door mensen gedomineerde omgeving. De beschikbaarheid van makkelijk te verkrijgen voedselbronnen, zoals vuilnisbakken en voedselresten, fungeert als een krachtige evolutionaire motor. Dit proces van 'zelfdomesticatie' in stedelijke gebieden is een fascinerend nieuw onderzoeksveld dat de veerkracht en aanpassingsvermogen van de natuurlijke wereld onderstreept, zelfs in de meest verstedelijkte gebieden van de Verenigde Staten.
De wetenschappers benadrukken dat hoewel de morfologische verschillen al meetbaar zijn, er nog veel werk te doen is om de genetische basis van deze veranderingen volledig te doorgronden. Het is een langzaam proces, maar de eerste stappen richting een meer 'huishoudelijke' variant van de wasbeer lijken gezet te zijn. De resultaten bieden een uniek inkijkje in hoe diersoorten zich aanpassen aan de moderne, door de mens gevormde landschappen, waarbij de stad fungeert als een onbedoeld, maar effectief, evolutionair laboratorium.
Bronnen
CNN Español
ZME Science
UA Little Rock News
IFLScience
PubMed
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?
We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
