
Wind- en zonne-energie — waar
Delen
Auteur: Svetlana Velhush

Wind- en zonne-energie — waar
In de periode 2025–2026 heeft de Europese Unie een historisch keerpunt bereikt in haar energievoorziening. Voor het eerst in de geschiedenis heeft de gecombineerde opwekking van wind- en zonne-energie de totale productie uit alle fossiele bronnen, waaronder steenkool, gas en olie, overtroffen. Deze mijlpaal markeert een fundamentele verschuiving in de manier waarop het continent zijn economie aandrijft en zijn klimaatdoelstellingen nastreeft.
De statistieken onderstrepen de omvang van deze verandering: het gezamenlijke aandeel van wind- en zonnekracht steeg naar een indrukwekkende 30%, terwijl de bijdrage van fossiele brandstoffen daalde tot 29%. Vooral zonne-energie fungeert als een krachtige motor achter deze groene groei, met een jaarlijkse toename van 20% gedurende vier opeenvolgende jaren. Hiermee heeft de opwekking uit zonnepanelen inmiddels de volumes van zowel steenkool als waterkracht achter zich gelaten.
Binnen de Europese Unie is de transitie in volle gang en de verschillen per lidstaat worden steeds duidelijker. In 14 van de 27 EU-landen is schone energie inmiddels de dominante bron van elektriciteit geworden. Tegelijkertijd bereikte het gebruik van steenkool een historisch dieptepunt van slechts 9,2% van de totale energiemix, wat aantoont dat de meest vervuilende brandstoffen in een recordtempo uit het systeem worden gefaseerd.
Volgens het recente rapport "European Electricity Review 2026" van de gerenommeerde denktank Ember is Europa officieel een nieuw energietijdperk binnengegaan. De resultaten over 2025 en het eerste kwartaal van 2026 laten zien dat hernieuwbare energiebronnen de status van primaire economische drijfveer hebben verankerd. Dit is geen tijdelijke schommeling door gunstige weersomstandigheden, maar een structurele verandering waarbij de kolengeneratie met 40% is gedaald ten opzichte van het niveau in 2015.
Een cruciale factor in dit succesverhaal is de zogenaamde "zonne-explosie". Alleen al in het afgelopen jaar steeg de opwekking van zonne-energie met 62 TWh, een volume dat vergelijkbaar is met de jaarlijkse productie van drie grote kerncentrales. Deze enorme groei maakte het mogelijk om periodes met minder gunstige weersomstandigheden, die de opbrengst van waterkracht en windturbines tijdelijk onder druk zetten, effectief te compenseren en de stabiliteit van het net te waarborgen.
Sarah Brown, directeur van de Europese programma's bij Ember, benadrukt de historische betekenis van deze ontwikkeling voor de regio. Ze stelt dat wat voorheen ondenkbaar leek, nu voor onze ogen werkelijkheid wordt: fossiele brandstoffen verdwijnen langzaam maar zeker uit de Europese energiesector. Zon en wind vormen nu de ruggengraat van het moderne elektriciteitssysteem, wat een fundamentele verandering betekent voor de industriële strategie van de Unie.
Ondanks de hoge kosten voor de import van aardgas, die de regio naar schatting €32 miljard hebben gekost, neemt de afhankelijkheid van deze fossiele bron gestaag af. Het gasverbruik in de energiesector ligt momenteel 18% lager dan tijdens de piek in 2019. Voor landen als Duitsland, Nederland en Spanje is de versnelde overstap naar hernieuwbare bronnen niet langer alleen een ecologische keuze, maar een essentiële voorwaarde voor nationale veiligheid en economische stabiliteit op de lange termijn.
De toekomstvisie voor de Europese energiemix blijft ambitieus en wordt ondersteund door internationale prognoses. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zal het aandeel van koolstofarme bronnen, inclusief kernenergie, in de Europese Unie tegen 2030 naar verwachting de 84% bereiken. Deze voortdurende evolutie bevestigt dat de weg naar een duurzame, onafhankelijke en klimaatneutrale energievoorziening definitief en onomkeerbaar is ingeslagen.