Gedeclassificeerde documenten uit het Verenigd Koninkrijk tonen aan dat Defence Intelligence van het Ministerie van Defensie serieus de mogelijkheid overwoog om 'UFO-technologieën' aan te schaffen.
Britse Militaire Inlichtingen onderzochten UFO's in de jaren '90 op zoek naar technologische voorsprong
Bewerkt door: Uliana S.
Uit recent vrijgegeven, voorheen geheime documenten blijkt dat de Britse militaire inlichtingendienst, specifiek het Defence Intelligence Staff (DIS), nu bekend als Defence Intelligence, in de loop van de jaren negentig intensieve onderzoeken uitvoerde naar Ongeïdentificeerde Luchtverschijnselen (OVN's). De drijfveer achter deze inspanningen was de potentiële mogelijkheid om geavanceerde buitenaardse technologieën in handen te krijgen. Deze intensivering van onderzoek volgde op een merkbare toename van waarnemingen, zoals bevestigd wordt door de documenten die zijn overgedragen aan de National Archives in Kew.
Interne memo's, bijvoorbeeld die van 4 maart 1997, wezen erop dat de 'logica suggereert dat als een significant aantal mensen melding maakt van het zien van vreemde objecten in de lucht, er mogelijk een feitelijke basis is' voor deze fenomenen. Bovendien benadrukten de stukken dat de gerapporteerde manoeuvres ver buiten de grenzen van de hedendaagse engineeringkennis en de verwachte capaciteiten van potentiële tegenstanders lagen. Inlichtingenfunctionarissen schonken bijzondere aandacht aan een golf van duizenden meldingen uit België tussen eind 1989 en begin 1990.
Deze Belgische incidenten omvatten rapporten over grote, geruisloze, laagvliegende zwarte driehoeken. Volgens het Belgische Ministerie van Defensie bleven deze objecten hangen om vervolgens met supersonische snelheden te versnellen, waarmee ze F-16 straaljagers achter zich lieten. Dit leidde tot de suggestie in een intern memorandum: 'Als dit een reële technologie vertegenwoordigt, zou deze mogelijk verworven moeten worden.' De rapporten vermelden ook dat de Belgische vaartuigen geen conventionele straalaandrijving gebruikten, wat hun technologische superioriteit onderstreepte.
De gedesclassificeerde stukken bevatten ook details over het Rendlesham Forest-incident uit december 1980. Hierbij meldden Amerikaanse militairen op de RAF Bentwaters-basis in Suffolk lichtverschijnselen en de vermeende landing van een object. Het Defence Intelligence Staff behandelde dit geval parallel aan de Belgische gebeurtenissen, waarbij werd opgemerkt dat de gemelde OVN's in beide situaties een wendbaarheid vertoonden die de bekende technische limieten overtrof. De interne correspondentie benadrukte dat het identificeren van de technologie en de mogelijke verwerving een kerntaak was voor het DIS, ongeacht de oorsprong van de verschijnselen.
Ondanks deze diepgaande interne overwegingen, besloot het Ministerie van Defensie (MoD) officieel in 2009 te stoppen met het onderzoeken van OVN-meldingen. De officiële reden was dat personeelsmiddelen beter ingezet konden worden voor andere defensieactiviteiten. De toenmalige Minister voor Defensiecapaciteit, Luke Pollard, bevestigde eind 2024 dat er momenteel geen middelen worden toegewezen aan dergelijke onderzoeken. Hij merkte op dat in meer dan vijftig jaar geen enkele OVN-melding een militaire dreiging voor het Verenigd Koninkrijk had geïmpliceerd. Alle MoD-dossiers betreffende UFO's die vóór 2009 zijn opgesteld, zijn overgebracht naar de National Archives. Deze periode toont het strategische belang dat de militaire inlichtingendienst hechtte aan het fenomeen, met als doel de technologie te doorgronden die 'wij niet bezitten', vergelijkbaar met de ontwikkeling van conventionele wapens.
Bronnen
New York Post
The UK Times
The UK Times
Quora
HISTORY
UK Defence Journal
