Oostzee bereikt historisch laag waterpeil door aanhoudende oostenwind

Bewerkt door: Tetiana Martynovska 17

Met de wind die lange tijd vanuit het oosten kwam, is het waterpeil in de Oostzee gezakt tot een van de laagste niveaus in de geschiedenis van de waarnemingen.

De Oostzee kampt momenteel met het laagste watervolume sinds de start van de systematische metingen in 1886. Deze uitzonderlijke daling wordt direct toegeschreven aan een aanhoudende oostenwind die sinds januari 2026 over de regio waait. Door dit hardnekkige weerpatroon zijn enorme hoeveelheden water westwaarts gestuwd, via de Deense zeestraten zoals de Beltzee, richting de Noordzee. Om de ecologische gevolgen van dit zeldzame oceanografische fenomeen nauwkeurig in kaart te brengen, is het Leibniz-Institut für Ostseeforschung Warnemünde (IOW) gestart met een intensieve meetcampagne die 49 dagen zal duren.

Het waterniveau in de Oostzee is gedaald tot het laagste niveau sinds 1886.

Op 5 februari 2026 bereikte het watertekort een kritiek punt van meer dan 67,4 centimeter onder het langetermijngemiddelde. Dit komt overeen met een geschat verlies van ongeveer 275 kubieke kilometer water uit het bekken. In de volledige meetgeschiedenis van 140 jaar is een dergelijke daling historisch significant; slechts in vijf andere jaren daalde het peil meer dan 60 centimeter onder de norm. De Zweedse meetpost Landsort-Norra, die al sinds 1886 onafgebroken gegevens verzamelt, bevestigde deze recordwaarden. De meteorologische boosdoener is een standvastig hogedrukgebied, mogelijk afkomstig uit Siberië, dat de gebruikelijke aanvoer van warmere en nattere lagedrukgebieden uit het westen blokkeert en deze richting Zuid-Europa dwingt.

Wetenschappers wijzen erop dat deze door wind gedreven waterverplaatsing de ideale omstandigheden creëert voor een zogenaamde Major Baltic Inflow (MBI) vanuit de Noordzee. Dergelijke instromen zijn van cruciaal belang voor het ecosysteem, aangezien zij het enige mechanisme vormen om de diepe, zoute wateren van de centrale Oostzeebekkens van nieuwe zuurstof te voorzien. Tijdens een MBI stroomt zwaar, koud en zuurstofrijk water langs de zeebodem naar binnen, waarbij het stilstaande, zuurstofarme water onder de halocline wordt verdrongen. Dit proces is essentieel voor het herstel van dode zones en verbetert de voortplantingsomstandigheden voor vissoorten zoals de kabeljauw, wat de algehele biodiversiteit ten goede komt.

Het Leibniz-Institut für Ostseeforschung Warnemünde heeft de tijdreeksen voor deze instromen geactualiseerd, waaruit blijkt dat er cyclische variaties in intensiteit optreden van ongeveer elke 30 jaar. Dit spreekt eerdere data tegen die suggereerden dat de frequentie zou afnemen. De meest recente noemenswaardige gebeurtenis was een middelgrote instroom in december 2023, die voor een tijdelijke verbetering in de zuidelijke Oostzee zorgde. Vanwege de unieke, halfgesloten geografie en het lage zoutgehalte van de Oostzee — ongeveer een tiende van dat van de open oceaan — is de volledige waterverversing een traag proces dat vaak 20 tot 30 jaar in beslag neemt. Het huidige laagterecord vormt nu het startpunt voor een mogelijk significante ecologische verjonging zodra de verwachte instroom van kouder en zouter water plaatsvindt.

11 Weergaven

Bronnen

  • Ziare.com

  • IOW

  • idw - Informationsdienst Wissenschaft

  • idw - Informationsdienst Wissenschaft

  • idw - Informationsdienst Wissenschaft

  • idw - Informationsdienst Wissenschaft

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.