Een nieuwe maankrater met een diameter van 225 m, gefotografeerd door de LRO-satelliet, invalshoek 38°. Beeldbreedte 950 meter, het noorden ligt boven.
Geavanceerde analyses van gegevens afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van NASA hebben de vorming van een aanzienlijke en zeer recente inslagkrater op het maanoppervlak bevestigd. Deze belangrijke ontdekking werd in maart 2026 gepresenteerd tijdens de prestigieuze Lunar and Planetary Science Conference. De bevindingen hebben directe gevolgen voor de veiligheidsstrategieën van toekomstige bemande en robotische missies, waaronder het ambitieuze Amerikaanse Artemis-programma en de diverse maanprojecten die door China worden ontplooid.
De krater, die ergens tussen april en mei 2024 moet zijn ontstaan, heeft een indrukwekkende diameter van ongeveer 225 meter. Om de schaal hiervan te verduidelijken: dit is vergelijkbaar met de gecombineerde lengte van twee standaard Amerikaanse voetbalvelden. Met een gemiddelde diepte van 43 meter vertoont deze nieuwe geologische formatie opvallend steile wanden. Dit wijst erop dat de inslag plaatsvond in een gebied met een hoge dichtheid, waarschijnlijk bestaande uit gestolde lavastromen. Sinds de lancering van de LRO-missie in 2009 was de grootste tot nu toe gedocumenteerde verse krater slechts 70 meter breed, wat de uitzonderlijke en zeldzame aard van dit recente evenement nogmaals onderstreept.
Planeetwetenschapper Mark Robinson van de Arizona State University, die optreedt als hoofdonderzoeker voor de LROC-camera aan boord van de orbiter, deelde deze gedetailleerde resultaten met de wetenschappelijke gemeenschap. Hij benadrukte dat kraters van een dergelijke omvang gemiddeld slechts eens in de 139 jaar op de maan worden gevormd. De vorm van de krater is enigszins langwerpig, wat de onderzoekers heeft geholpen om vast te stellen dat het materiaal onder de oppervlakte op de inslaglocatie niet homogeen is. De enorme klap veroorzaakte een helder veld van uitgeworpen puin, ook wel ejecta genoemd, dat zich over honderden meters verspreidde, terwijl seismische en visuele schokgolven werden geregistreerd tot op een afstand van wel 120 kilometer van het epicentrum.
Voor de ingenieurs die werken aan een langdurige menselijke aanwezigheid op de maan, brengt deze ontdekking serieuze uitdagingen met zich mee. De snelheid waarmee brokstukken tijdens de inslag werden weggeslingerd, bereikte wel één kilometer per seconde. Dit vereist de ontwikkeling van aanzienlijk robuustere beschermingsmaatregelen voor toekomstige maanbases en de gevoelige apparatuur die binnen internationale programma's wordt ingezet. De krater bevindt zich op een strategisch interessante grens tussen de eeuwenoude, zwaar gehavende hooglanden en de vlakkere vlaktes die zijn ontstaan door basaltuitvloeiingen. De empirische data over de frequentie van zulke krachtige inslagen dwingen wetenschappers om bestaande modellen voor kraterproductie te herzien en de risico's voor de infrastructuur die in het komende decennium wordt gepland, opnieuw te evalueren.
Sinds de start van de missie in 2009 heeft de LRO een schat aan topografische gegevens opgeleverd die onmisbaar zijn voor het plannen van landingen, in het bijzonder voor missies die gericht zijn op de zuidpool van de maan. De internationale samenwerking op dit gebied wordt steeds intensiever; naast NASA zijn ook de European Space Agency (ESA), de Japan Aerospace Exploration Agency (JAXA) en de Canadian Space Agency (CSA) nauw betrokken via het Artemis-programma. Dergelijke onderzoeken bevestigen de absolute noodzaak van strikte veiligheidsprotocollen tegen hogesnelheidsafval voor alle operaties op de maan, om de veiligheid van astronauten en de integriteit van kostbare technologie te waarborgen.