In het statige pand aan Threadneedle Street heerste vandaag geen feeststemming en werden er geen drastische stappen gezet. De Bank of England heeft de rentetarieven ongewijzigd gelaten en gaf toe tijd nodig te hebben om de impact van de oorlog in het Midden-Oosten, waarbij Iran steeds nauwer betrokken raakt, op de Britse economie te beoordelen. Het besluit, dat minder dan een uur geleden werd aangekondigd, oogt op het eerste gezicht onbeduidend. In werkelijkheid spreekt het echter boekdelen: de centrale bank van een land dat al te maken kreeg met de brexit, een pandemie en een energiecrisis, voelt nu behoedzaam de polsslag van een mondiale brandhaard.
Volgens persbureau Reuters richtte het Monetary Policy Committee zich vooral op het inschatten van externe schokken. Het conflict drijft de olieprijzen nu al op, wat automatisch het risico op een nieuwe inflatiegolf in het Verenigd Koninkrijk vergroot. Tegelijkertijd kunnen de vertraging van de wereldhandel en de toenemende onzekerheid de groei van het bbp schaden. De bank bevindt zich tussen twee vuren: bij een te vroege versoepeling dreigt de inflatiegeest weer uit de fles te ontsnappen, terwijl een te streng beleid het toch al broze herstel kan verstikken.
Dit is meer dan een puur technisch besluit. Het weerspiegelt een nieuwe realiteit waarin een regionaal conflict aan de andere kant van de wereld onmiddellijk een binnenlands economisch vraagstuk voor Londen wordt. Britse huishoudens betalen nu al meer voor verwarming en benzine. Bedrijven herberekenen hun logistieke ketens. Ondertussen verplaatsen investeerders op de wereldmarkten hun kapitaal nerveus van risicovolle activa naar 'veilige havens'.
Stel u de kapitein voor van een groot vrachtschip op de Noordzee. Voor hem ligt een storm waarover meteorologen slechts vage gegevens verstrekken. Men kan het roer scherp omgooien met het risico de lading te verliezen, of men kan vaart minderen, alle radars inschakelen en wachten op een duidelijker beeld. De Bank of England heeft voor die tweede koers gekozen. Deze metafoor beschrijft treffend de huidige monetaire filosofie: het is beter om iets achter de feiten aan te lopen dan er met een verkeerde prognose op vooruit te lopen.
Voor Europa is dit besluit van groot gewicht. Het Verenigd Koninkrijk blijft een van de belangrijkste stemmen binnen de G20. Deze voorzichtigheid kan een signaal zijn voor de Europese Centrale Bank en de Federal Reserve. Als Londen geen haast maakt met het verlagen van de rente, zullen ook Frankfurt en Washington zich waarschijnlijk terughoudender opstellen. Zo begint één ogenschijnlijk lokaal conflict in het Midden-Oosten de gehele coördinatie van het mondiale monetaire beleid te herstructureren.
Historisch gezien hebben centrale banken altijd geprobeerd geopolitiek en rentetarieven van elkaar te scheiden. De afgelopen jaren hebben echter aangetoond dat deze scheiding steeds meer een illusie is. Elke nieuwe externe schok — of het nu gaat om oorlog, een pandemie of handelsconflicten — dwingt toezichthouders te erkennen dat economie en internationale veiligheid in de moderne wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Het besluit van de Bank of England van vandaag laat een nasmaak achter van verontrustende duidelijkheid. Terwijl de wereld naar de oorlogskaarten kijkt, worden de belangrijkste beslissingen in de stilte van kantoorruimtes genomen, waar mensen in pak proberen te berekenen wat elke nieuwe explosie op een ander continent de wereld zal kosten. En terwijl zij rekenen, blijven de rentes ongewijzigd — als een stilzwijgende erkenning dat de toekomst te ongewis is voor overhaaste bewegingen.



