De Verenigde Staten blijven hun deelname aan het Driezeeëninitiatief (3SI) verder ontwikkelen, een platform van 12 tot 13 landen gelegen tussen de Baltische, Adriatische en Zwarte Zee dat zich richt op de versterking van de energetische, transport- en digitale infrastructuur in de regio. Sinds de oprichting in 2016 is dit initiatief stapsgewijs getransformeerd tot een institutioneel fundament voor gezamenlijke projecten en het aantrekken van investeringen, ook van buiten de eigen regio.
De Amerikaanse bijdrage aan het 3SI wordt gefaciliteerd via de International Development Finance Corporation (DFC) en het investeringsfonds van het initiatief zelf. In 2020 gaf de Amerikaanse regering aan via de DFC tot 1 miljard dollar te kunnen vrijmaken voor infrastructuur- en energieprojecten in de deelnemende landen, terwijl er in 2022 een overeenkomst werd gesloten om tot 300 miljoen dollar aan de 3SI-fondsen toe te kennen voor de ondersteuning van de energie- en infrastructuursector. Deze maatregelen beogen de diversificatie van energiebronnen en infrastructurele partners, waarmee onder meer de afhankelijkheid van Rusland en andere eenzijdige leveranciers wordt verkleind.
Ook in 2026 blijft de belangstelling voor het 3SI groot: in april kwam de top van het initiatief in Dubrovnik bijeen om de voortgang van projecten op het gebied van energie, transport en digitalisering te bespreken. Binnen dit samenwerkingsverband ligt de nadruk op het versnellen van de projectrealisatie, het aantrekken van privaat kapitaal en het verstevigen van de institutionele basis van het initiatief, in plaats van het introduceren van een volstrekt nieuwe, "baanbrekende" koers die pas in 2026 zou zijn gestart.
De verklaringen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en andere Amerikaanse instanties over het 3SI in de jaren 2020 leggen de focus op politieke ruggensteun, institutionele begeleiding en het definiëren van concrete investeringskaders, en duiden niet op een eenmalige of onverwachte opleving. Daarbij blijven de Verenigde Staten, naast de EU en private investeerders, gelden als een van de meest cruciale externe partners en geldschieters voor de regio.




