Wind- en zonne-energie overtreffen voor het eerst fossiele brandstoffen in de EU-elektriciteitsproductie in 2025
Bewerkt door: Svetlana Velgush
In 2025 bereikte de Europese Unie een cruciaal kantelpunt in haar energietransitie: de gecombineerde opwekking van elektriciteit uit wind- en zonneparken overtrof voor het eerst het aandeel dat door fossiele brandstoffen werd geleverd. Volgens de European Electricity Review 2026, een rapport gepubliceerd door de onafhankelijke denktank Ember, markeert dit moment een versnelling in de verschuiving van het blok naar een koolstofarme energievoorziening. Wind- en zonne-energie waren samen verantwoordelijk voor een recordaandeel van 30% van de totale elektriciteitsproductie in de EU, terwijl steenkool, gas en olie gezamenlijk bleven steken op 29%.
Dr. Beatrice Petrovich, senior analist bij Ember en hoofdauteur van het onderzoek, verklaarde dat dit succes aantoont hoe snel de EU overschakelt naar een systeem dat fundamenteel steunt op wind en zon, zeker tegen de achtergrond van wereldwijde onzekerheid over de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Ondanks ongunstige weersomstandigheden aan het begin van 2025, die leidden tot een daling van de waterkrachtproductie met 12% en windenergie met 2%, leverden hernieuwbare bronnen in totaal bijna de helft (48%) van alle elektriciteit in de EU. Hierbij bleef kernenergie stabiel op een niveau van ongeveer 23,4%. Windenergie consolideerde haar positie als de op één na grootste bron van het continent met een aandeel van 17%, waarmee het de opwekking uit aardgas definitief achter zich liet.
Een drijvende kracht achter deze historische prestatie was de aanzienlijke groei van fotovoltaïsche (zonne-)energie, die in 2025 goed was voor 13% van de totale EU-opwekking. De productie van zonne-energie steeg voor het vierde jaar op rij met meer dan 20%, wat resulteerde in een recordvolume van 369 TWh. Deze groei was wijdverspreid over de gehele unie: alle 27 EU-lidstaten registreerden een toename in hun zonne-energieproductie vergeleken met het jaar daarvoor. In specifieke landen zoals Hongarije, Cyprus, Griekenland, Spanje en Nederland dekte zonne-energie zelfs meer dan een vijfde van de totale nationale elektriciteitsbehoefte.
Ondertussen zette de structurele daling van steenkoolenergie door, met een historisch dieptepunt van slechts 9,2% van de totale productie. Deze transitie legde echter ook bepaalde kwetsbaarheden bloot, met name bij het compenseren van tijdelijke tekorten in hernieuwbare bronnen. Vanwege de lagere beschikbaarheid van waterkracht steeg de productie uit aardgas met 8%, wat leidde tot een aandeel van 16,7% in de totale mix. Deze verhoogde inzet van gascentrales om het systeem in balans te houden, zorgde voor een stijging van de importkosten voor gas met 16%, wat de energiesector in totaal 32 miljard euro kostte. Bovendien stegen de groothandelsprijzen voor elektriciteit tijdens piekuren met 11% ten opzichte van 2024.
Volgens Beatrice Petrovich moet de verdere prioriteit voor de Europese Unie liggen bij het resoluut verminderen van de afhankelijkheid van kostbaar geïmporteerd gas, aangezien deze afhankelijkheid de veiligheid van de EU kan ondermijnen in tijden van geopolitieke instabiliteit. Om de prijsvolatiliteit te beperken en de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet te waarborgen, adviseert Ember een versnelde uitrol van batterijopslagsystemen. In totaal wisten 14 van de 27 EU-lidstaten in 2025 meer stroom te genereren uit wind en zon dan uit fossiele brandstoffen, wat de onomkeerbaarheid van de structurele veranderingen in de Europese energiemarkt onderstreept.
25 Weergaven
Bronnen
Economedia.ro
Ember
WKZO | Everything Kalamazoo
The Guardian
ceenergynews
Ember
Lees meer nieuws over dit onderwerp:
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.
