De Verenigde Staten hebben aangekondigd zich terug te trekken uit de Periodieke Universele Review (UPR) van de VN-Mensenrechtenraad, een proces dat gepland stond voor november 2025 in Genève. Deze beslissing, die in augustus 2025 werd genomen, volgt op de eerdere terugtrekking van de VS uit de Mensenrechtenraad zelf, een stap die in februari 2025 door president Donald Trump werd bekrachtigd.
De UPR, ingesteld in 2006, is een VN-mechanisme waarbij alle 193 lidstaten om de 4,5 jaar een peer review van hun mensenrechtenbeleid ondergaan. De Verenigde Staten hebben tot nu toe drie cycli van de UPR doorlopen, met de meest recente beoordeling in november 2020. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken rechtvaardigt de terugtrekking door te stellen dat deelname aan de UPR impliciet goedkeuring betekent van de Raad, die volgens hen tekortschiet in het veroordelen van schenders van mensenrechten, zoals China en Cuba. De VS hekelt de 'politisering van mensenrechten' en vermeende partijdigheid tegenover Israël binnen het VN-systeem.
Mensenrechtenorganisaties zoals de American Civil Liberties Union (ACLU) en PEN America hebben kritiek geuit op deze beslissing. Zij stellen dat de terugtrekking de VS in het gezelschap plaatst van grote schenders van mensenrechten en een gevaarlijk precedent schept. Deze organisaties benadrukken dat de VS hiermee haar toewijding aan mensenrechten en internationale verantwoordelijkheid ondermijnt.
De Verenigde Naties hebben hun spijt betuigd over de beslissing van de VS. Ravina Shamdasani, woordvoerster van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, benadrukte dat de VN het betreurt dat de VS zich terugtrekt uit dit belangrijke peer review-proces. De VN zal echter de dialoog met de Amerikaanse regering en andere belanghebbenden voortzetten.
Deze stap van de Verenigde Staten roept vragen op over de effectiviteit van internationale mensenrechtenmechanismen en de rol van de VS in het wereldwijde mensenrechtenlandschap. Terwijl de ene partij de terugtrekking ziet als een noodzakelijke stap om de integriteit van het proces te waarborgen, beschouwen anderen het als een stap terug voor de wereldwijde bevordering van mensenrechten.