Een Amerikaans federaal hof van beroep heeft geoordeeld dat de meeste tarieven die voormalig president Donald Trump heeft ingesteld, illegaal zijn. De rechtbank stelt dat de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) de president niet de bevoegdheid geeft om dergelijke tarieven op te leggen.
Deze uitspraak, gedaan op 29 augustus 2025, markeert een significante juridische tegenslag voor het handelsbeleid van de voormalige president. De rechtbank, in een 7-4 beslissing, bevestigde een eerdere uitspraak van een lagere rechtbank die oordeelde dat de tarieven de bevoegdheden van de president te buiten gingen. De kern van de zaak draait om de interpretatie van de IEEPA, een wet die historisch werd gebruikt voor sancties en bevriezing van tegoeden, maar die volgens de rechtbank niet expliciet de macht verleent om tarieven te heffen.
De rechtbank benadrukte dat het heffen van tarieven een kerntaak van het Congres is en dat het onwaarschijnlijk is dat het Congres de intentie had om de president onbeperkte macht op dit gebied te geven. De tarieven blijven echter van kracht tot 14 oktober 2025. Dit geeft de regering-Trump de gelegenheid om beroep aan te tekenen bij het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten.
Voormalig president Trump heeft fel gereageerd op de uitspraak en noemde het "zeer partijdig". Hij uitte zijn overtuiging dat het Hooggerechtshof de beslissing zal terugdraaien en waarschuwde dat het verwijderen van de tarieven "een totale ramp voor het land" zou zijn, omdat het Amerika financieel zwak zou maken.
De rechtszaken werden aangespannen door kleine Amerikaanse bedrijven en 12 door Democraten geleide staten. Zij betoogden dat de IEEPA de president geen autoriteit verleent voor het opleggen van tarieven en dat de grondwet deze bevoegdheid exclusief aan het Congres toekent. Deze bedrijven en staten hebben aangevoerd dat zij financieel nadeel ondervinden van de onrechtmatige tarieven.
De impact van deze tarieven op kleine bedrijven is aanzienlijk. Veel kleine ondernemingen zijn afhankelijk van import voor hun producten en materialen. De hogere kosten als gevolg van de tarieven kunnen leiden tot prijsverhogingen voor consumenten, verstoringen in de toeleveringsketen en een verminderde concurrentiekracht. Sommige schattingen suggereren dat Amerikaanse huishoudens tot wel $2.400 extra kosten per jaar zouden kunnen oplopen door dit beleid.
Historisch gezien lag de bevoegdheid om tarieven vast te stellen bij het Congres, zoals vastgelegd in Artikel I, Sectie 8 van de Amerikaanse Grondwet. Hoewel het Congres in de loop der tijd bevoegdheden heeft gedelegeerd aan de president, benadrukt deze uitspraak opnieuw het belang van de scheiding der machten in economisch beleid. De rechtsgeschiedenis toont aan dat de Smoot-Hawley Tariff Act van 1930, die leidde tot een wereldwijde handelsoorlog, de gevaren van buitensporige tarieven illustreerde. De daaropvolgende Reciprocal Trade Agreements Act van 1934 gaf de president meer flexibiliteit, maar de huidige uitspraak werpt een nieuw licht op de grenzen van die bevoegdheid.
De uitkomst van een eventueel beroep bij het Hooggerechtshof zal cruciaal zijn voor de toekomst van het Amerikaanse handelsbeleid en de economische betrekkingen met andere landen. De juridische strijd onderstreept de voortdurende spanning tussen de uitvoerende macht en het Congres met betrekking tot handelsbevoegdheden.