Spijbelen of niet?

Auteur: Elena HealthEnergy

Spijbelen of niet?-1
Ik wil niet naar school gaan.

De uitspraak ik wil niet naar school wordt traditioneel vaak geïnterpreteerd als een teken van ongedisciplineerdheid of een gebrek aan motivatie. In de onderwijspraktijk roept dit meestal een voorspelbare reactie op: een strengere controle en de eis dat de aanwezigheidsregels strikt worden nageleefd. Soms gebeurt dit met een gezichtsuitdrukking alsof het kind zojuist eigenhandig een belangrijke belastinghervorming heeft gesaboteerd.

Vanuit het perspectief van de moderne psychologie en neurowetenschappen is het echter zinvoller om een dergelijke uitspraak te beschouwen als een indicator van een innerlijke toestand, in plaats van een louter gedragsprobleem. Het is een signaal dat ons iets vertelt over het welzijn van de leerling en de balans tussen belasting en belastbaarheid.

Het huidige schoolsysteem is grotendeels gevormd tijdens het industriële tijdperk en draagt daar nog steeds de kenmerken van. De fundamentele eigenschappen van dit instituut zijn onder meer:

  • de synchronisatie met het werkschema van volwassenen
  • een verregaande standaardisatie van de leerstof
  • strak gereguleerde discipline en aanwezigheid
  • een sterke focus op externe beoordeling van resultaten

Dit systeem werkt uiterst efficiënt, bijna als een Zwitsers uurwerk. Soms fungeert het echter ook als een wekker die onverbiddelijk vroeg afgaat, zonder enige rekening te houden met de vraag of de persoon in kwestie al klaar is om wakker te worden of behoefte heeft aan rust.

De strikte eis voor fysieke aanwezigheid, die meestal alleen door een medisch attest kan worden onderbouwd, weerspiegelt een diepgewortelde norm: alleen een lichamelijke ziekte geldt als een legitieme reden voor afwezigheid. De psycho-emotionele gesteldheid van een kind telt in deze logica nauwelijks mee; het is alsof men zich afvraagt waar de officiële stempel staat voordat een emotie serieus wordt genomen.

Vanuit de neuropsychologie is het vermogen om de eigen innerlijke toestand waar te nemen, ook wel interoceptie genoemd, en deze vervolgens te sturen via zelfregulatie een cruciale vaardigheid voor een gezonde ontwikkeling. Een kind dat leert om de eigen grenzen te herkennen, ontwikkelt een sterker fundament voor de toekomst.

Wanneer een leerling de volgende vaardigheden ontwikkelt, ontstaat er een betere regulatie van aandacht en gedrag:

  • het tijdig herkennen van fysieke en mentale vermoeidheid
  • het kunnen onderscheiden van verschillende emotionele toestanden
  • het op tijd nemen van rust voor een effectief herstel

Het negeren van deze innerlijke signalen leidt onvermijdelijk tot een opeenstapeling van stress. Het menselijk organisme functioneert in zo een modus als een smartphone met nog slechts 3% batterij: het toestel is technisch gezien nog aan, maar de betrouwbaarheid van de functies neemt zienderogen af en de kans op uitval wordt groter.

Er is een fundamenteel verschil tussen twee modellen van sturing. Het eerste model is de extern gereguleerde discipline. Hierbij wordt het gedrag volledig bepaald door de eisen van het systeem en is de motivatie van buitenaf opgelegd. Verantwoordelijkheid is in dit geval niet meer dan een automatische reactie op controle.

Het tweede model betreft intern gereguleerde activiteit. In deze benadering is het gedrag gebaseerd op een bewustzijn van de eigen toestand en is de motivatie gekoppeld aan persoonlijke interesse en zingeving. Hier ontwikkelt verantwoordelijkheid zich als het vermogen om bewuste keuzes te maken.

Waar het eerste model vooral zorgt voor een hoge mate van bestuurbaarheid, creëert het tweede model een volwassen persoon die niet passief afwacht tot anderen bepalen hoe hij zijn leven moet inrichten. Het stimuleert een proactieve houding en een gevoel van eigenaarschap over het eigen leerproces.

Het incidenteel missen van lessen kan verschillende functies vervullen, afhankelijk van de situatie. Het kan gaan om vermijding van een moeilijke situatie, een noodzakelijk moment van herstel of een zoektocht naar een stukje autonomie. De context waarin dit gebeurt, is de belangrijkste factor voor de interpretatie.

Een bewuste pauze kan juist zeer constructief werken voor het leerproces. Het draagt bij aan:

  • het herstellen van de noodzakelijke cognitieve bronnen
  • een hogere mate van betrokkenheid bij terugkeer
  • de verdere ontwikkeling van zelfregulatie

Tegenover deze bewuste pauzes staat chronische vermijding, wat uiteraard wel om extra aandacht en begeleiding vraagt. Het verschil is vergelijkbaar met het nemen van een vrije dag om even op adem te komen versus het volledig van de radar verdwijnen in de hoop dat de wiskundelessen je ook zullen vergeten.

De effectiviteit van het leren is onlosmakelijk verbonden met de gemoedstoestand van de leerling. Een kind dat zich in een optimale staat bevindt, neemt informatie veel sneller op, toont een grotere cognitieve flexibiliteit en neemt vaker het initiatief tijdens de les.

Wanneer een kind echter overbelast is, treden er duidelijke symptomen op die het leerproces belemmeren:

  • een sterk verminderd concentratievermogen
  • het sneller optreden van mentale vermoeidheid
  • een verlies van oprechte interesse in de leerstof

Proberen te onderwijzen in een staat van uitputting is als het uploaden van bestanden naar een overvolle USB-stick. Het systeem begint te haperen en vertraagt aanzienlijk, terwijl het naar de buitenwereld toe doet alsof alles nog naar behoren functioneert, zonder dat er werkelijk nieuwe kennis wordt opgeslagen.

Op de lange termijn is het bewaken van de eigen energiebalans een van de belangrijkste vaardigheden in onze moderne maatschappij. Een kind dat leert voelen wat het nodig heeft om optimaal te functioneren, heeft een grotere kans om uit te groeien tot een veerkrachtige volwassene.

Een volwassene die over deze vaardigheden beschikt, vertoont vaak de volgende kenmerken:

  • een hoge mate van weerbaarheid tegen stress
  • het vermogen tot levenslang en zelfstandig leren
  • het uitstippelen van een betekenisvolle professionele loopbaan

Bovendien leeft zo iemand niet met de constante gedachte dat de maandagochtend een persoonlijke belediging is. Het leven wordt niet langer ervaren als een aaneenschakeling van verplichtingen, maar als een reeks bewuste keuzes die passen bij de eigen capaciteiten.

De discussie over het al dan niet overslaan van een schooldag overstijgt dus een simpele gedragsevaluatie. Een productievere benadering kijkt naar de dieperliggende oorzaken en richt zich op de ontwikkeling van zelfregulatie en de overgang van externe controle naar innerlijke verantwoordelijkheid.

In deze context fungeert afwezigheid als een diagnostisch signaal dat serieus genomen moet worden. Het kan wijzen op verschillende behoeften:

  • een signaal van acute overbelasting
  • een teken van verlies van zingeving
  • een eenvoudige vraag om een moment van rust

Wanneer volwassenen op zulke momenten kiezen voor begrip in plaats van loutere controle, wordt er een mens gevormd die weet hoe hij moet leven, leren en herstellen. Dit gebeurt zonder de noodzaak om voor elke stap in het leven een officieel bewijsstuk van bestaan te hoeven overleggen.

18 Weergaven
Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.